De man met de zeis.

Als we langs de begraafplaats lopen vragen we ons af of hier niet meer mensen liggen, dan dat er in het dorp Baksı wonen.

Zo goed als de hele weg van het museum naar het dorp voert ons namelijk langs de graven, waarvan sommige bijna in de berm liggen.
Er is daar waar het terrein begint en eindigt een toegangspoort, maar zoals altijd en overal ontstaat er op een gegeven moment een olifantspaadje en dat is ook hier het geval, inclusief een laddertje om zo gemakkelijker op de hoger gelegen berm te komen.

Het dorp wordt kennelijk bewoond door slechts enkele grote families want er komen maar een stuk of tien achternamen voor op de grafstenen waaronder die van Hüsamettin Koçan, de initiatiefnemer van het Baksı Museum en afkomstig uit het dorp waarnaar wij op weg zijn.
Als de dodenakker eindigt en de boerenbedrijfjes beginnen loopt opeens de man met de zeis voor ons.
We kijken elkaar aan en fronsen onze wenkbrouwen. Hopelijk is dit geen slecht voorteken……

Maar dit blijkt allerminst het geval. Iedereen in het dorp is wel om een praatje verlegen en ook wij hebben alle tijd, dus veel mooie ontmoetingen.

Het is echt een dorp waar al heel lang geleden de tijd is stil gaan staan.
Veel panden lijken op instorten te staan, maar waarschijnlijk houdt alles elkaar in evenwicht, zolang er niets wordt afgebroken. Soms zien we zelfs nog een mini-huisje, gebouwd op het niet al te stevig ogende dak van een woning.

Kippen met kuikentjes scharrelen overal lekker in ’t rond en ik begrijp onmiddellijk waarom mijn gekookte eitjes ’s morgens bij ons ontbijt hier zo overheerlijk smaken.
Een ekster die alles vanuit de hoogte bekijkt, en een prachtige achtergrond heeft uitgekozen, laat zich gewillig op de foto zetten.

Van 1927 is hij.
Dit is zo ongeveer het eerste wat hij ons vertelt. En natuurlijk dat hij geboren en getogen is in Baksı. Het museum, ja, dat kent hij wel.
Wanneer de plannen vaste vorm aan gaan nemen, verkoopt hij immers het stuk van zijn land waar een deel van het complex op gepland is. Dus hij volgt de bouw destijds op de voet.

Maar het dorp is helemaal niet meer wat het is geweest. Van de honderdvijftig huizen dat het ooit rijk is, zijn er nu nog tachtig over en van de vijf leraren is er nu nog slechts één werkzaam. Bijna alle gezinnen met kleine kinderen verhuizen tegenwoordig naar de grote stad, waarmee hij in dit geval Bayburt bedoelt.
Hij heeft verderop nog een stukje land, waar hij het een en ander op verbouwt. Daar is hij naar op weg. tweeënnegentig jaar oud!
En terwijl hij zijn weg vervolgt richting moestuin, hoor ik achter mij een kinderstem en in één ogenblik zie ik het verleden en de toekomst van dit boerendorp voor mij.

De van “naylon” gemaakte schoenen, die we zien op de tentoonstelling Aşina, komen we hier veelvuldig tegen op onze wandeling door het dorp.

Soms zó schoongeboend dat ze als nieuw lijken, maar veel vaker in een staat die goed laat zien waarom dit schoeisel zo praktisch is in deze omgeving en pumps en open sandaaltjes geen optie zijn.  

Het is grappig om te merken dat je deze alledaagse gebruiksvoorwerpen toch met hele andere ogen bekijkt nu ze model hebben gestaan voor allerlei kunstinstallaties. We sjouwen verder zonder altijd goed te weten of we ons op een boerenerf of op de openbare weg bevinden maar dat is hier helemaal geen probleem. Veel meer dan eens worden we uitgenodigd voor een glaasje thee en zelfs enkele malen voor een heel ontbijt, maar aangezien dat wij dit al hebben genuttigd, slaan we deze uitnodigingen af.

Totdat een allervriendelijkste vrouw, die haar schapenwol aan het drogen is in de zon aangeeft dat zij aan een pauze toe is, een ayran gaat drinken en ons vervolgens uitnodigt op haar balkonterras voor ook een zelfgemaakte ayran, dat heerlijke, dorstlessende yoghurtdrankje. We klimmen gedrieën de trap op en ook haar schoonzus die opeens uit de lucht komt vallen, loopt met ons mee.

Perihan en Kısmet nodigen mij uit om op met hen op het bankje te gaan zitten en we kletsen honderduit. Ja, ook zij kennen het museum wel. Ik laat hen de foto’s zien die ik gisteren gemaakt heb en zij schaterlachen het uit wanneer ze zien hoe de bezems, schoenen en de oven-haken door de kunstenaar zijn gebruikt.

Kısmet gaat staan en doet een van de schoenen aan die bij de voordeur staan. Koket steekt ze haar voet wat naar voren en moedigt mij aan om er een foto van te nemen. Even het gevoel dat je op de catwalk staat, hoe fijn is dat!

Als we de ayran op hebben en ons rondje dorp af willen maken, staat ook Kısmet op. We moeten even mee naar haar schuurtje, waar in de vloer haar tandır-oven van ruim een meter diep is en waarin zij haar eigen lavaş maakt.

Ze opent de deksel, zodat wij erin kunnen kijken, maar ik zie slechts een groot zwart gat. De bijbehorende haak hangt aan de muur.

We vinden het geweldig om op deze manier de alledaagse gebruiksvoorwerpen waar we gisteren in ons blog over vertellen zo tegen te komen. Ik laat de dames beloven dat zij in het museum gaan kijken omdat ik ervan overtuigd ben dat zij er echt heel veel plezier aan zullen beleven.

Als we het dorp bijna uit zijn, zien we op de valreep nog een bakkal.
De verslavend lekkere honing bij ons ontbijt komt uit de omliggende dorpen en gisteren, tijdens onze wandeling, zien we regelmatig bijenkasten staan.

Boven een kastenveldje vliegt zelfs een zwerm prachtige, bontgekleurde bijeneters. We zien ze in de lucht, loerend naar een lekker bijtje en als ze er een ontdekken gaan ze er in een duikvlucht op af.

We hopen op honing uit dit gebied bij de bakkal en warempel, een paar plankjes aan de muur staan vol met potten Baksı honing.
We nemen twee potten mee om straks, als we weer thuis zijn, de zoete smaak die het bezoek aan dit dorp bij ons achterlaat opnieuw te kunnen proeven.
Oh, en de man met de zeis hebben we gelukkig niet meer gezien!