Dichte en open deuren.

Eigenlijk is afgelopen vrijdag Bitlis ons einddoel maar op het moment dat we door het oude centrum rijden, komt de regen werkelijk met bakken uit de hemel en zien we ons genoodzaakt door te tuffen naar Tatvan dat zo’n 20 km verder ligt.
Vandaag besluiten we terug te gaan om alsnog de historische highlights van Bitlis te gaan bekijken.
Zo is daar de 16de eeuwse Şerefiye Külliyesi, een indrukwekkend moskee-complex met medresse en hamam, opgetrokken uit donker zandsteen.

Minstens even prachtig moet de Ihlasiye Medressi zijn met zijn opvallende torentjes. En dan hebben we nog de Ulu Cami en de Şeref Han op ons lijstje staan.

Het is zondag, dus een parkeerplek is snel gevonden. We plaatsen onze auto onder de tarieven die op de muur gekalkt staan. Een kleine auto 8 en een grote 10 Turkse lira. We zijn benieuwd hoe de parkeerwachter onze Toyota inschat, maar het is nog vroeg in de ochtend dus deze is nog in geen velden of wegen te bekennen.
Via trappen en smalle donkere straatjes bereiken we de citadel. Deze staat op een rots die, als je beneden staat, imposant boven de stad opdoemt.

Tijdens de klim naar boven, hoor ik een stem die mij naroept. Ik draai mij om en daar staat een wat oudere vrouw in haar deuropening.
Ik roep op mijn beurt Holger, die al een stukje vooruit loopt en volg de vrouw door de deur naar haar binnenplaatsje. Ze hurkt bij een teil met pruimen, afkomstig van de boom die tevens voor heerlijke schaduw zorgt, en vult een plastic zak met de, naar later blijkt, nog keiharde vruchten.

Hier, voor jou, zegt zij, omdat het zo warm is en zij overhandigt mij de tas met inhoud. Veel te veel, protesteer ik, maar zij houdt vol en uiteindelijk bereiken we een compromis. Ze stopt zo veel mogelijk pruimen in mijn beide broekzakken en ik geef haar de plastic tas met inhoud terug. Holger is inmiddels ook gearriveerd en met veel plezier poseert oma mét kleindochter en mij voor een plaatje.

Later leg ik de vruchten op de vensterbank van een bijgebouwtje op een piepkleine begraafplaats. Hier kunnen ze rijpen en hopelijk vindt iemand ze die van harde of rijpe pruimen houdt.

Helaas blijken de historische trekpleisters van Bitlis allemaal gesloten. Óf er wordt gerestaureerd, óf verbouwd, óf de sleutelbewaarder is in geen velden of wegen te bekennen. De temperatuur is intussen al flink opgelopen en Bitlis straalt niet voldoende uit om er langer te blijven. Het heeft al met al wel wat weg van een geïsoleerd 19de-eeuws Engels fabrieksstadje. Vies, verwaarloosd en lichtelijk deprimerend.
Hiermee bedoel ik zeker niet dat we spijt hebben. Alles is tenslotte de moeite waard onderweg en aardige, mooie mensen vinden we overal.

Ook later in de middag, wanneer we, na een mooie wandeling langs de oever van het Van-meer, via achterafstraatjes teruglopen naar ons hotel.
Ik zie rook omhoog stijgen en waar rook is, is altijd vuur.
Het blijkt te gaan om ketels op het vuur, gewoon in het open veld.

Ik neem wat foto’s en even later verschijnt de vrouw des huizes die benieuwd is naar wat ik doe. Ik leg het haar uit en zij begint in een van de ketels te roeren en geeft aan dat ik meer foto’s mag maken.

Omstandig legt zij mij uit dat er tomaten en pepers in de gesloten glazen potten zitten die in het kokende water liggen. Een soort wecken dus, om zo een voorraad ingrediënten te hebben voor “menemen” tijdens de barre, strenge winters die dit gebied kent. Menemen is een typisch Turks eiergerecht dat vooral bij het ontbijt wordt gegeten.

Ze verdwijnt om even later terug te komen met haar hele familie en op een gegeven moment worden Holger en ik omringd door vier generaties. Ze nodigen ons uit om hun moestuin te bekijken, iets wat we natuurlijk niet afslaan.
Marul, peterselie, appel- en perenbomen, bonen, en veel, heel veel tomaten.
Er staat ook een boom met vruchten die ik niet ken. Cevizler, legt een van de vrouwen mij uit, maar dit woord ken ik niet. Holger staat een eind verder met de heer des huizes te praten, maar geen nood. Zij plukt een vrucht, pakt een bijl die binnen handbereik ligt, hakt ‘m behendig doormidden en toont het binnenwerk in haar door de henna oranje gekleurde handen.

Ah, natuurlijk, de walnoot. Logisch, want deze streek staat bekend om zijn walnotenbomen. Ondertussen plukt een van de andere vrouwen een bosje peterselie voor mij.

Bij het afscheid belooft Holger voortaan bij het eten van tomaten aan deze moestuin met zijn ontzettend aardige en gastvrije eigenaressen te denken.
En in plaats van oude, gesloten gebouwen staat de dag vandaag zo maar in het teken van mooie ontmoetingen met open, gastvrije en gulle mensen, bereid om veel met ons te delen.

Oh ja, en de auto blijkt te vallen in de categorie klein.
Maar we betalen voor groot, bij gebrek aan wisselgeld!