Een kaarsje in het klooster.

Duizenden Syrisch-orthodoxe christenen vluchten door de jaren heen vanuit het zuidoosten van Turkije naar West-Europa, waaronder naar Nederland. Zij hebben het hier goed, maar het “zoete vaderland” blijft trekken.
Met iedere vezel in hun lijf voelen zij zich verbonden met de Tur Abdin, oftewel de Berg van Gods Knechten. Dit is de streek in het zuidoosten van Turkije met zijn prachtige kloosters waar zij al zestien eeuwen lang in een hun vijandige omgeving het geloof trouw blijven.
Maar niet-islamitische minderheden moeten het in Turkije vaak ontgelden. Zo mogen de Syrisch-orthodoxen in het openbaar geen Aramees spreken, de taal van Jezus en zijn apostelen en de taal van het oude Mesopotamië. Het renoveren van kerken en kloosters gebeurt door Turken, onder streng toeziend oog van de Turkse overheid en dat gaat zelden op de manier waarop de betrokken gelovigen het wensen. Christelijke jongeren, waaronder ook de Syrisch-orthodoxen, krijgen islamitisch theologie onderwijs en dienstplichtigen staan tijdens hun diensttijd continu onder druk om zich te bekeren tot de islam. Na hun studie mogen zij niet werken als ambtenaar en politiek mogen zij niet bedrijven.

Aldus bisschop Dr. Hanna Aydin, die ons allerhartelijkst begroet als wij vanmorgen via de schaduwrijke toegangslaan het Mor Gabriel Manastiri naderen. Een Syrisch-orthodox klooster, gelegen op de grens van Syrië en Turkije.

Hij vertelt verder.
Neem het dorpje Kafarbe, dat op 2 km van het klooster ligt. In het verleden is de bevolking zo goed als 100% Syrisch-orthodox. In 1987 vertrekt het laatste christelijke gezin en nu wonen er alleen nog Koerden. Het verhaal van Kafarbe is kenmerkend voor dit gebied. In Tur Abdin wonen nu nog slechts 3000 Syrisch-orthodoxen, in Nederland, vooral in het oosten rond Enschede en Hengelo, vestigen er zich sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw zo’n 15.000.
En weer blijkt Turkije klein. Holger kent Attya Gamri, een Syrisch-orthodoxe Nederlandse, vanuit de PvdA. Bij navraag blijkt deze bisschop haar ook te kennen. Hij is namelijk regelmatig in Nederland waar hij bijeenkomsten bijwoont van de Raad van Kerken. Hij is zelf als bisschop werkzaam in Duitsland maar is voor overleg en het ontvangen van instructies van hogerhand natuurlijk regelmatig terug op de thuisbasis, het Mor Gabriel Manastiri.
Voor Attya maak ik dus nog een kiekje van Holger met de bisschop. Deze combinatie op één foto heb ik in de 45 jaar dat wij samen zijn, nooit kunnen verzinnen…….

Terug naar het ‘Umro dMor Gabriel, ook wel Qartminklooster genoemd. Het is het oudste nog bestaande en werkende klooster in de wereld, in het moederland van de Suryoye.
Overigens krijgt het de naam Mor Gabriel pas later. De oorspronkelijke naam is ‘Umro dMor Shmuyel u Mor Shem’un, het Heilige Samuël en Heilige Simon klooster.
Het is een werkende leefgemeenschap met tuinen en boomgaarden.

Het hoofddoel van dit in 397 gestichte klooster is het levend houden van het Syrisch-orthodox christendom en de Aramese taal door scholing aan te bieden en het opleiden van monniken in de dop. Ook biedt het indien nodig fysieke bescherming aan de christelijke bevolking.
De naam Mor Gabriel komt van de 7de eeuwse bisschop van het klooster, Sint Gabriel. Deze schijnt, honderden jaren na zijn dood, nog altijd over genezende krachten te beschikken, een talent dat zich bevindt in zijn vijf vingers. Honderdvijftig jaar na zijn dood maakt men om de een of andere reden zijn graf open en dan blijkt zijn lichaam nog helemaal niet te zijn vergaan. Men neemt aan dat hij dan wel iets bijzonders moet kunnen en dat worden dus helende gaven. Prompt genezen mensen van allerlei kwalen en ziektes, blinden worden ziend en doven horend. Zijn vijf vingers worden van zijn hand afgehakt, in zilver gegoten om zo de mysterieuze krachten te behouden en het lichaam wordt weer terug gelegd in het graf.

Het is een simpel graf zoals Gabriel het destijds wil, wars van welke opsmuk dan ook. In de opening vooraan ligt losse aarde, waar je wat van mee mag nemen. Het heeft een beschermende werking dus ik schep een beetje op met mijn hand en stop het in mijn zak. Voor je weet maar nooit…..

Vrij rondlopen is niet aan de orde, we krijgen een verplichte rondleiding van Paulus, die ons weinig tijd geeft om echt lang stil te staan bij wat de moeite van het bekijken waard is. Er zit ons een grote groep gelovige bezoekers uit Bursa op de hielen en Paulus wil deze voor blijven, zodat wij niet in de groepsdrukte verloren raken.
De rondleiding gaat overigens slechts door een zeer beperkt deel van het complex. Een algemene ruimte, wat gangen, trappen en binnenpleintjes op verschillende hoogten. Veel deuren blijven gesloten voor bezoekers en nog ik denk nóg minder voor ongelovigen, zoals wij.

Wel zien we orthodoxe versieringen, vermengd met oosterse motieven. Of dit altijd zo geweest is, vertelt het verhaal van de gids niet. De restauraties, die de afgelopen jaren plaatsvinden, nemen immers een hoop van het karakter en originaliteit weg, maar onlangs is het klooster weer teruggegeven aan de Syrisch-orthodoxe gemeenschap dus langzaam maar zeker zullen zij het zich weer eigen maken. Het is mij zo wie zo een raadsel hoe het klooster en zijn bewoners 1600 jaar standhouden tegen de aanvallen van ziektes, moslims, Turken, Mongolen, Koerden, nóg meer Turken en van wat er in de toekomst allemaal nog op hen afkomt.

Wel mogen we uitgebreid een kerkje bezichtigen, gewijd aan de heilige maagd Maria.

Dit raakt mij zeer, want in de nacht van maandag op dinsdag is tot ons verdriet René, sinds lange tijd een goede vriend van ons, rustig in zijn slaap overleden. Verwacht, maar toch nog onverwacht snel.
René heeft altijd een zwak voor Maria gehad en ik vermoed Maria ook voor hem.

Ik brand een kaarsje speciaal voor hem en overdenk met een gevoel van weemoed onze jarenlange vriendschap. Na acht maanden ziekte is het goed zo, maar ik ga hem enorm missen. Het kaarsje is ook voor zijn partner Gerhard om hem licht in deze zo donkere tijd te geven en ondanks onze fysieke afstand van zo’n 4000 km voelt het toch alsof ik heel dicht bij hem ben. Zowel hij als René reizen een beetje met ons mee dit keer.