Harput, de oorsprong van Elazığ.

Als we het idyllische, wat slaperige dorp Harput binnenlopen, is er niets dat wijst op het feit dat hier nog geen honderd jaar geleden achthonderd winkels, tien moskeeën, acht kerken en idem bibliotheken, negentig hamams, twaalf karavanserais, tien religieuze hogescholen en één fort staan.
Van veel gebouwen rest niet veel meer dan wat fundamenten en stukjes muur maar er blijft zeker genoeg over, wat het brengen van een bezoek aan dit eeuwenoude stadje de moeite waard maakt.
Al is het alleen maar om de talloze slingers met pepers, die overal te drogen hangen aan muren en hekken, voor ramen en waarvan soms de schaduw wel wat weg heeft van een Arabische tekst.

Harput, wat Armeens is voor ‘rotsachtige vesting’, wordt door de eerste Armeense koningen zo’n tweeduizend jaar terug gebouwd onder de rokken van de flinke heuvel waarop het fort staat en is ongeveer vijf km verwijderd van het huidige Elazığ.

De klim omhoog naar het fort slaan we even over. Wel kunnen we het duidelijk zien liggen en dat is voor dit moment voldoende.
Een echte blikvanger in dit hooggelegen dorp met mooi uitzicht over Elazığ, is de Ulu Camii met een meer dan scheve minaret en binnenin voorzien van fraaie, elegante bogen, die de binnenruimte in kleinere bidruimten verdelen.

De moskee stamt uit 1157, het Selcuk-tijdperk, en is de eerste met een openlucht binnenplaats. Hoewel de minaret verre van dezelfde bekendheid geniet als zijn rivaal, de Toren van Pisa, is het toch zeker interessant genoeg om een bezoek aan te spenderen. Het hellen van de toren, de laatste meting geeft 6,8 aan, wordt vermoedelijk veroorzaakt door verschuiving van de bodem en enkele aardbevingen.
Om omvallen te voorkomen, staat de minaret al geruime tijd in de steigers en is hij voor het grootste deel ingepakt.
Wanneer hij weer in volle glorie te zien is, kan helaas niemand ons vertellen. Voorlopig gaat alle aandacht en geld naar de nieuwbouw van een giga religieus centrum, pal naast de o zo oude en krakende Ulu Camii.

Om in de ondergrondse graftombe van Arap Baba te komen, moet je je wel heel klein maken. Het is namelijk geen sinecure om je door een deurtje te wurmen dat niet hoger is dan, pak ‘m beet, driekwart meter. Holger, voor geen kleintje vervaard, laat zich niet kisten, zéker als het om een graftombe gaat en kruipt met camera en al naar binnen om voor mij de kist, zoals altijd met een groene doek bedekt, vast te leggen.

Er komt ook een moeder met haar dochtertje aan. Het kind huppelt met het grootste gemak via het deurtje de graftombe in maar de moeder, die de acrobatische toeren net als ik ook niet ziet zitten, lost het op door voor de ingang een schietgebedje te doen. Ik kniel wel even om een glimp van de graftombe op te vangen maar het gebedje, dát laat ik schieten.

Bovengronds bevindt zich de bij de graftombe behorende moskee. Het is werkelijk een plaatje! De kleuren van de resterende tegels rond de mihrab, kleuren heel harmonieus bij de tapijten, iets wat niet veel voorkomt.

In de in de dikke wanden gemetselde nissen liggen bidkleedjes maar ook doeken en shelvars opgestapeld voor de ongelovige vrouwelijke bezoekers. Maar er is op dit moment niemand aanwezig dus neem ik zelf genoegen met het uitdoen van mijn schoenen bij de ingang. Allah ook, hoop ik.

Andere nisjes doen dienst als allerliefst boekenkastje, ik denk een overblijfsel van de acht bibliotheken die het stadje ooit rijk is.

In het voorportaal van de Nadir Baba Türbesi, vanuit waar je de graftombe kunt betreden, zit in de hoek een stokoud vrouwtje, met de linkerpols in het gips en haar hoofd in de handen.

Als ik bij haar ga zitten, steekt zij onmiddellijk van wal. Onlangs is zij gevallen met als gevolg een gebroken pols en een voortdurend aanwezige hardnekkige hoofdpijn. Ondanks dit, blijft zij zich kwijten van haar dagelijkse taak, het schoonhouden van de directe omgeving van Nadir Baba Türbesi. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.


We geven haar wat geld en ik zeg haar dat zij prachtige tulpen op haar rok heeft.
Daar knapt zij onmiddellijk zienderogen van op.

Bij het afscheid wens ik haar veel beterschap. Zij geeft mij een aai over mijn bol, twee zoenen en de zegen van Allah en daarmee is mijn licht schuldgevoel over het onbedekt betreden van de Arap Baba Camii acuut verdwenen.