Klopgeesten?

Op het moment dat vandaag de afscheidsbijeenkomst voor René begint, struinen Holger en ik over de immense, eeuwenoude begraafplaats in Ahlat. Voorwaar geen toeval, want toeval bestaat niet.
Hoewel deze plek jaarlijks talloze bezoekers trekt, zijn wij vanmorgen zo goed als de enigen.
En dat is fijn. Want door de rust en stilte is het mogelijk ons verbonden te voelen met dat wat er in hotel Gaia in Deventer, waar de laatste samenkomst voor René plaatsvindt, gebeurt.

Het centrum van het oude Ahlat draagt de bijnaam “Stad van de Ruïnes”.
Met overblijfselen uit de periode van de Urartu tot en met de Ottomanen, waaronder kastelen, moskeeën, bruggen, torens, hammams en medresses, is deze plek een gigantisch openluchtmuseum waarvan ook de begraafplaatsen onderdeel uitmaken. Zij worden van de 11de tot eind 19de eeuw doorlopend gebruikt. Weliswaar de ene periode wat intensiever dan de andere, maar toch….
Van de tot nu toe zes gevonden begraafplaatsen is Selçuklu Meydanlık Kabristanı de grootste en de oudste. En dat is ook degene die wij vandaag bezoeken.

Het ongeveer 50 hectare grote terrein ligt in een uitgestrekte, glooiende vallei waarvan het gras, zo aan het einde van de zomer goudgeel kleurt, wat prachtig afsteekt tegen het donkerrode van het vulkanische tufsteen dat in het verleden voor de vervaardiging van deze grafzuilen gebruikt wordt.

Verliggende heuvels omgeven het gebied aan de ene kant en de op een na hoogste berg van Turkije, de majestueuze Süphan Dağı, bewaakt de necropolis aan de andere kant. Tegenover de ingang klotst het water van Van Gölu, het grootste meer van Turkije, zachtjes tegen haar oevers. Voorwaar geen slechte ligging.
Van de bloemenzee die in het voorjaar te voorschijn komt, is nu niet veel meer over. Maar toch zien we nog wat prachtig bloeiende distels. Om 11.00 uur Nederlandse tijd stuur ik hier een afbeelding van naar Gerhard.

De grafstenen zijn allemaal prachtig gegraveerd. Van de ruim 8000 exemplaren zijn er nog zo’n 1500 in erg goede staat, ondanks de aardbevingen die zich in dit gebied regelmatig voordoen.
Het is boeiend te zien dat de hoogte van de stenen sterk varieert, een kenmerk dat de status van de overledene weergeeft. Hoe hoger de steen, hoe belangrijker degene die daar begraven ligt. Sommige bereiken wel vier tot vijf meter. De foto hieronder toont monolieten die duidelijk aan zeer prominente personen toebehoren. Zo hoog en rijkelijk versierd! Volgens het er naast geplante informatiebordje gaat het hier om moslimrechters.

Naast de hoogte van de zuilen is natuurlijk ook de aangebrachte decoratie een graadmeter voor de belangrijkheid van degene die in het graf gehuisvest is.
Geometrische motieven, Arabische kalligrafie, flora-patronen, ze liggen als kantwerk op voor- en achterzijden van de stenen en zelfs de smalle zijkanten zijn voorzien van inscripties.
De naam van de dode, degene die het graf gebouwd heeft en wat verzen uit de koran is feitelijke informatie vermengd met decoratie en verering van Allah. Dit is aan de voorzijde van de monoliet of op de sarcofaag te lezen.
De achterzijde toont de meest mooie versiersels en vaak is er een mihrab in aangebracht, een islamitische gebedsnis.
De ontwerpers en bewerkers van de grafstenen waren ambachtslieden, maar heden ten dage zouden wij hen toch echt kunstenaars noemen.

Terwijl ik langs de eindeloze hoeveelheid graven wandel, hoor ik steeds een geluid dat veel weg heeft van een boer die zijn klompen tegen elkaar beukt om de gedroogde mest en ander vuil er zo veel mogelijk vanaf te slaan, voordat hij de stallen betreedt. Ik hoor het overal om mij heen, maar heb werkelijk geen idee wie of wat het veroorzaakt. Het doet wat bizar aan, want het komt echt vlakbij de graven vandaan…..
Maar dan zie ik plots een viertal schildpadden, al bumperklevend tussen twee graven in, een kleine verkeersopstopping vormen. De achterste wil vooruit, de voorste niet en door met zijn schild tegen het schild van zijn voorganger te stoten, probeert hij wat schot in de zaak te krijgen.
Helaas, tevergeefs.
Gek, maar ik voel me toch opgelucht nu ik weet niet met klopgeesten van doen te hebben.

We zwerven er zeker twee uur rond, zitten af en toe op een bankje om zo wat te mijmeren over het leven en wat hiermee samenhangt.
Elke grafsteen is, als onderdeel van het materiële, het laatste zichtbare overblijfsel van iemands bestaan in onze sterfelijke wereld. Aan de andere kant vertegenwoordigt elke grafsteen ook het verleden van de plek waar deze zich bevindt. Wie leefden er, welke status bezaten zij, wie werd hoe oud, welke vorm steen, decoraties en stijl is op welk moment gangbaar of in de mode. Kortom een bron van informatie voor hen die willen weten en eigenlijk is deze site één dik geschiedenis boek waar we doorheen wandelen.

Ik ben heel tevreden met ons bezoek aan Ahtal, juist op een dag als vandaag.
Door hier te zijn realiseren we ons des te meer hoe betrekkelijk het leven is. Oud of jong, het maakt eigenlijk niet uit. In de eeuwigheid is elk leven slechts een moment. Het gaat niet zo zeer om de lengte maar veel meer om de breedte van het leven, zoals René mij kort voor zijn door in zijn afscheidsbrief schrijft.
Begraafplaatsen en grafstenen, ze vormen hét symbool van onze sterfelijkheid en sterfelijkheid is misschien wel het meest menselijke in ons bestaan.