Vrijdag de dertiende, wat een geluk!

Om zes over vijf in de ochtend zingt de muezzin ons wakker met zijn azan. Niet bepaald een verjaardagsliedje maar de oproep voor het eerste ochtendgebed, na zonsopgang.
Zijn overtuigende boodschap dat Allah toch echt de grootste is, schalt uit de minaret die zich op steenworp afstand van ons geopende slaapkamerraam bevindt.

Ik ervaar dit als het eerste cadeautje van vandaag, vrijdag 13 september. Mijn verjaardag.
Verstaan doen we niets van de Arabische, langgerekte woorden en zinnen maar het geeft je bij het ontwaken wel altijd het gevoel dat je in een geheel andere wereld bent. En dat is prettig.
Kennelijk is de oproep tot gebed het teken voor de warme bakkers in het straatje verderop om aan de slag te gaan want enkele minuten nadat de muezzin is uitgezongen, kringelt de geur van brandend hout onze kamer binnen.
We zijn inmiddels beland in Merzifon, een klein stadje waar we nooit eerder van horen. Maar het ligt op onze weg naar Kastamonu en het heeft een klein en overzichtelijk centrum. Precies goed voor een middag en een avond.
Dé blikvanger in dit plaatsje is de Taş Han, een mooi gerestaureerde 17de eeuwse herberg die sinds 2011 weer dienst doet als overnachtingsgelegenheid, de functie waar hij ooit voor gebouwd is.

Als verrassing boekt Holger hier een kamer en het is alsof we bij binnenkomst onmiddellijk een kleine 400 jaar terug gaan in de tijd.
Donker, koel, overal kleine, betraliede ramen in de dikke muren en een van ongelijkmatige stenen gebouwde brede trap, met eigenlijk iets te hoge treden, die ons naar onze kamer voert.

Deze is zeker zes meter hoog en de witgepleisterde muren zijn voorzien van romantisch aandoende nissen. De inrichting is wat sober maar dit benadrukt tegelijkertijd juist de functionaliteit die het in vroegere tijden heeft.
Het is een prachtig complex en een bijzondere plek om ’s morgens jarig te ontwaken.
De han is rechthoekig van vorm en de muren zijn opgetrokken uit onregelmatig gehouwen stenen en bakstenen.

De herberg is twee verdiepingen hoog en aan de buitenkant, de straatkant dus, zijn winkels, die in kleine secties van elkaar gescheiden zijn en puntige bogen boven de ingangen hebben.

Aan de binnenkant van het gebouw vormen de muren een grote open binnenplaats waar je op een ontspannen manier buitengesloten wordt van het leven buiten de poort. De lastdieren waarmee de reizigers in een ver verleden mee arriveren, slapen in de stallen op de begane grond. Onze auto echter blijft buiten op de parkeerplaats, en dat is wel zo prettig. Ezels en paarden die wandelend over de binnenplaats naar de stallen worden geleid heeft zeker iets romantisch, maar om dat vandaag de dag nou met auto’s te doen, dat lijkt mij een minder goed plan.

In de muren aangelegde bronnen en in nissen opgemetselde banken met Osmaanse kussens geven het plein een weelderig en rijk aanzien. Helaas laat de verzorging van het groen wel wat te wensen over, waardoor het wat aan kracht inboet.

Heel aandoenlijk zijn de twee, hoog tegen de muur gemetselde vogelhuisjes die na eeuwen nog altijd bevolkt worden door tortelduiven.

Al met al is het een prima plek om met mijn verjaardag te starten.
Holger verrast mij met wat cadeautjes, helemaal in stijl met deze duizend-en-één-nacht-omgeving.

Na een ontbijt, buiten in het zonnetje, vertrekken we naar Kastamonu langs een bergachtige weg met veel groen, wat ik ook weer als een cadeau ervaar. Morgen gaan we op zoek naar de pareltjes in deze stad.
Maar voor vandaag heeft vrijdag de dertiende ons niets dan goeds gebracht en is er van ongeluk beslist geen sprake!