Habib Gerez, kunstenaar in woord en beeld.

Voordat Lia en ik naar Istanbul gaan, zoek ik regelmatig op internet naar leuke plekken en mogelijke ontmoetingen. Bij een van deze zoektochten kom ik de naam Habib Gerez tegen, een schilder en dichter van naam in Turkije.

Gerez? Die naam ken ik nog uit mijn Turkse jeugd. Immers, de nog altijd in leven zijnde beste vriend en collega van mijn vader in Turkije draagt dezelfde achternaam. Daar wil ik meer van weten en wat ik voorvoel, blijkt ook te kloppen. Het is Hiskiya’s jongere broer!
De inmiddels 92 jarige Habib Gerez willen we daarom graag bezoeken. Zijn adres is snel gevonden, dus trekken we de stoute schoenen aan om op zoek te gaan daar deze enigszins bekende onbekende. We vinden zijn verblijf in een zijstraatje in Beyoğlu, om de hoek bij de Galata toren.

Bij aankomst kunnen we onze stoute schoenen gelijk uittrekken, want het verblijf blijkt woonhuis, galerie, atelier en museum in één te zijn. Habib, geplaagd door een zeer pijnlijke hernia, wankelt ons tegemoet en nodigt ons uit plaats te nemen aan de eettafel, waarop zijn ontbijt klaarstaat. Terwijl hij dit nuttigt, leg ik uit hoe we elkaar indirect kennen en hoe bijzonder het voor ons is om hem te ontmoeten. Dit is het begin van een bezoek dat enkele uren gaat duren en waarin een groot beroep wordt gedaan op mijn Turks. Habib vertelt veel, op een abstract niveau en eigenlijk is dat de beste Turkse les die ik ooit heb gehad.

Habib breekt in zijn jeugd een studie rechten af en richt zich op zijn twee grote liefdes, schilderen en dichten. In Turkije is leven van de kunst maar voor weinigen weggelegd, maar bij Habib is het overduidelijk gelukt. Hij woont in een ruim, eeuwenoud, goed onderhouden huis van drie verdiepingen, midden in oud Istanbul. In de kelderverdieping is de opslag. Hier liggen exemplaren van zijn 15 dichtbundels en meer dan 2500 schilderijen, grotendeels van zijn en enkele van andermans hand. Rekken vol met werk, het is onmogelijk om alles te bekijken.

Habib schildert en dicht inmiddels 67 jaar en heeft binnen de Joodse gemeenschap in Istanbul een kentering teweeggebracht door zijn gedichten in het Turks in plaats van Hebreeuws uit te geven. Toen hij hier meer dan vijftig jaar geleden voor koos, was dat min of meer het doorbreken van een taboe. Maar dat deert Habib niet. Hij weet wat hij wil en met een op zijn leeftijd nog bewonderenswaardige energie streeft hij zijn doelen na. Zijn Joodse origine is overigens goed herkenbaar in veel van zijn schilderijen, vol symboliek en bijbelse taferelen.

Hij doet ons een Engelstalige dichtbundel cadeau en speciaal voor mij stopt hij er nog drie Turkstalige bundels bij. Volgens hem zijn dit de beste lesboekjes om mijn Turks te verbeteren.
Als klap op de vuurpijl signeert hij voor ons een overzichtsuitgave van zijn oeuvre dat in 2002 verschijnt, ter gelegenheid van zijn vijftigjarige vakmanschap als schilder.

De werken van Habib hangen in diverse musea, verspreid over de wereld, zoals in Israël, de VS, Frankrijk, Italië, Duitsland en natuurlijk ook in Turkije. Hij exposeert door de jaren heen tientallen malen in binnen- en buitenland.
Twee kasten in zijn woonverblijf op de eerste verdieping staan vol met oorkondes en prijzen, die hij heeft gewonnen met zijn dicht- en schilderkunst. Aan de muren van zijn huis hangen 137 schilderijen van zijn hand. We raken werkelijk niet uitgekeken.

Op de tweede verdieping van het huis is zijn atelier te vinden, evenals zijn bureau, zijn collectie boeken, foto-albums en een compleet overzicht van de perspublicaties over hem van 1962 tot nu.

Habib vertelt ons ook dat hij zijn testament heeft opgemaakt. Na zijn overlijden gaat het huis met al zijn werk en documentatie naar het Joods Museum in Istanbul, op voorwaarde dat het zal worden getransformeerd tot het “Habib Gerez Museum”. Wat een enorme klus zal dit zijn!
Hoe mooi deze nalatenschap ook is, we hopen van harte dat dit niet in de nabije toekomst gebeuren gaat. Habib is weliswaar oud, maar nog altijd barstensvol vol energie en creativiteit. Zijn laatste werk, amper een week oud, ligt ingelijst en wel in zijn atelier nog na te drogen.

Na een uur komt Halil langs, vriend, assistent en huisfotograaf van Habib. Met ons vieren praten we nog een tijdje. Het is zo bijzonder contact te hebben met een Turks kunstenaar die al decennia lang de ontwikkelingen in Turkije meemaakt, op allerlei gebied. Met perioden van voorspoed, jaren van tegenwerking en culturele en maatschappelijke veranderingen.
We verrijken onszelf met zijn uitleg en verhalen en hangen aan zijn lippen.

Habib is erg tevreden met ons bezoek. Natuurlijk, hij wordt prima verzorgd, heeft het materieel duidelijk uitstekend voor elkaar, maar hij komt weinig meer buiten de deur en dan is een bezoek van Nederlanders een welkome afleiding.
Met de belofte nog een keer langs te gaan voordat we naar Deventer terugkeren nemen we afscheid van Habib Gerez, een levende legende!
Met twee tassen vol boeken en een klein schilderij, lopen we het pad af naar beneden en komen zo weer terug, in de drukte van alledag.

Op de koffie.

Het roosteren en malen van de koffie is in vroegere tijd een collectieve bezigheid. Aangename koffiegeuren verspreiden zich in het centrum van de stad tijdens het roosteren en malen en dit trekt mensen naar het koffiehuis.

Koffiehuis Tahmis in Gaziantep staat bekend als de eerste plek waar Anatolië in contact komt met de koffiecultuur. Naar verluidt komt op een dag Sultan Murad IV naar Gaziantep op zijn weg terug van de Bahgdad campagne. Hij stopt bij het Tahmis koffiehuis voor ontspanning en rust terwijl hij koffie drinkt. Dat bevalt hem zo goed dat Tahmis decennia lang hofleverancier wordt van dit heerlijke drankje!

Tahmis koffiehuis is in haar 350 jarig bestaan twee maal afgebrand. Maar de door de laatste brand beschadigde gebouwen worden hersteld door de Mevlevihane sjeik Mehmet Münip Efendi. Münif Efendi betaalt de restauratie kosten van 130 duizend kuruş uit eigen beurs, en schenkt de gerestaureerde Buğday Han (Korenbeurs), Tahmis Koffiehuis en 33 winkels aan de mevlevihane, het klooster in de leer van mevlana, de grote islamitische mysticus en humanist van 800 jaar geleden. De inkomsten uit deze panden worden gebruikt ter bekostiging van de mevlevihane. De mevlevihane beheert deze panden tot 1926. Op last van Atatürk worden de derwisj ontmoetingsplaatsen en kloosters gesloten en overgedragen aan het beheer van de Diyanet Vakfi, het algemene Directoraat voor Stichtingen. Het beheer van Tahmis Koffiehuis en sommige andere winkels wordt overgedragen aan de familie Ocak uit Gaziantep. Tahmis is voor het laatst gerestaureerd tussen de jaren 2009 en 2011.

De geuren van het roosteren en malen van de koffiebonen trekt ook ons vandaag naar het Tahmis koffiehuis.
Gaziantep staat bekend als de moeder van de Turkse keuken, maar daar valt de koffie kennelijk niet onder. Althans, koffie zoals wij die graag drinken. We willen dus graag de melengiç-koffie proberen, maar niet voordat we het interieur van het etablissement bekeken hebben.

In de hoek de spellenkast met de bekende tavla borden en de okay standaards met zakjes stenen. Want geen koffie- of theehuis in Turkije zonder kaart-, triktrak- of rummicub-spel.
Ook zitten er poppetjes in Ottomaanse klederdracht in de vitrine, veilig achter slot en grendel omdat ze oud en waardevol zijn. Maar het deurtje mag van het slot en natuurlijk mogen ze op de foto.

Het zijn allemaal mannetjes, van groot-vizier tot “de gewone man” en alles wat er tussen zit.

In de tuin aangekomen bestellen we een kopje melengiç-koffie. De garçon brengt het ons, mét een glaasje water en een bakje met de ingrediënten, gevuld met het brouwsel. Pinda’s, kikkererwten in twee soorten, hennepzaad en de piepkleine wilde pistachenoten die groeien aan een boom welke wij kennen als de terpentijnboom.

Al met al een goed begin van een onze laatste dag in Gaziantep!

Stof tot nadenken.

Via via komen we terecht in de winkel van Yusuf Mekikçi. Hij verkoopt kutnu kumaşı, de voor Gaziantep zo kenmerkende stof.
Yusuf vertelt ons met gepaste trots dat hij al de vierde generatie  van zijn familie is die deze stof produceert én verkoopt. Zijn vader, Hüseyin, is ook nog altijd actief in de zaak. De weverij is zo’n anderhalve km verwijderd van de winkel en als wij hem nou ons telefoonnummer geven, belt hij zo gauw hij tijd heeft om ons naar het familiebedrijf te brengen, waar we naar hartenlust mogen rondkijken en –vragen. Hoe leuk is dat nu weer!
Om warm te lopen toont hij ons alvast een filmpje op youtube, waarop informatie gegeven wordt over zijn product en hoe het gemaakt wordt.

Wat is er zo bijzonder aan kutnu kumaşı?
In de 16de eeuw wordt deze textielvorm in Antep geïntroduceerd vanuit Aleppo. Tijdens de Ottomaanse periode behoren Aleppo en Antep lange tijd tot hetzelfde district, wat niet zo vreemd is, want de steden liggen slechts een kleine honderd km van elkaar verwijderd.
De sultan is helemaal weg van deze stof en lange tijd wordt de kleding voor de bewoners aan het hof van dit mooie materiaal gemaakt.
Kutnu is een geweven stof met een glanzend uiterlijk. Dit komt doordat de scheringdraden van zijde zijn. De inslagdraden echter zijn van katoen. De heldere kleuren en het verticale patroon zijn de kenmerkende eigenschappen van deze stof. Kutnu heeft Antep nooit meer verlaten en is nog altijd dé specialiteit van Gaziantep.

Een uurtje later rinkelt onze telefoon en tien minuten later zitten we bij Yusuf in de auto, op weg naar de industriestraat van de wijk. Als we uitstappen heb ik geen idee waar we de weverij moeten zoeken. Maar we dalen door een openstaande deur de trap af en betreden zo een ondergrondse ruimte, schamel verlicht en met een hoop herrie.

Als mijn ogen wat gewend zijn aan de duisternis zie ik de veroorzakers van de geluidsoverlast. Twee mechanische weefgetouwen draaien op volle toeren. De twee wevers die het getouw bedienen, beheersen hun vak tot in de puntjes. Ze zijn steeds bezig met het bijstellen van de machine, controleren van de scheringdraden, bevochtigen van de draden en zij zorgen er voor dat de schering strak blijft hangen door ijzeren bolgewichten om de assen van de scheringklossen te bevestigen. Ze leggen ons met plezier uit wat en hoe ze alles doen, zodat we het goed begrijpen!

De ruimte lijkt een georganiseerde chaos. Overal liggen attributen, gebruikt voor het ontstaansproces van kutnu kumasi. Houten stokken om het geverfde garen op te winden, koperen en plastic teilen om in te verven, geverfde strengen, proeflapjes, en zakken vol met klossen en spoelen, al dan niet voorzien van garen. Ik vermoed echter dat Yusuf, zijn vader Hüssein en de twee wevers exact weten waar wat te vinden is.

De oude wever, helemaal achterin het pand, geniet duidelijk van onze belangstelling voor hem en zijn vak. Ik bedenk me dat deze man bijna zijn hele leven nauwelijks daglicht ziet, onder een oorverdovend lawaai werkt, in een ruimte waar slecht wordt geventileerd. Toch doet hij zijn werk zichtbaar met veel liefde. Hij is verantwoordelijk voor ‘zijn’ getouw en kan er mee lezen en schrijven. Elk  geluid dat hij hoort informeert hem over wat goed en wat fout gaat tijdens het weefproces. Indien nodig, grijpt hij onmiddellijk in. Mooi om naar te kijken!

De stappen in het productieproces zijn als volgt. Eerst worden de zijden draden bij elkaar gebracht tot een bundel van 200 tot 600 draden, al naar gelang de kwaliteit. De bundel wordt vervolgens op een grote molen gewikkeld, in strengen tot wel 450 meter lang.

Deze bundels worden dan geverfd door ze in ketels gevuld met natuurlijke plantaardige kleurstoffen te dompelen. Meestal worden de bundels in één kleur geverfd, maar soms wordt ook de tie and dye techniek toegepast, wat na het weven leidt tot een geleidelijke overgang van kleuren en witte patronen, nodig voor het bekende “ikat”patroon.

Na het verven en drogen op speciaal daarvoor bestemde stokken komt dan uiteindelijk het weefproces. De zijde garens worden naar het weefgetouw gebracht en als kettingdraden geïnstalleerd. Omdat de zijde meer rekbaar is dan katoenen inslagdraden ontstaat zo een sterke en flexibele stof.

De familie Mekikçi is inmiddels in de vierde generatie met de productie van kutnu bezig. De vijfde studeert inmiddels aan de universiteit om uiteindelijk usta, oftewel meester te worden in dit ambacht. De familietrots blijkt uit hun productie, maar ook uit de uitleg en antwoorden op alles wat we willen weten.

Vroeger waren er tientallen families bezig met de fabricage van kutnu kumaşı, nu zijn er nog maar enkele over. Om te voorkomen dat deze traditie uitsterft, heeft de steenrijke familie van het Sanko-concern uit Gaziantep ingegrepen. Op scholen en universiteiten staat het vak van kutnu-wever  op het rooster en men heeft de kutnu stoffen salonfähig gemaakt door deze te exporteren en te gebruiken voor moderne kleding, tassen en mode- accessoires. Een dubbele ontwikkeling dus. Het kan het ambacht redden maar tegelijkertijd vercommercialiseert het de kutnu productie en maakt deze wellicht grootschaliger. De familie Mekikçi wacht al deze ontwikkelingen met gemengde gevoelens af.

Veel stof tot nadenken dus, als we na ons bezoek aan het kutnu atelier de trap op naar het licht lopen.

Water, bron van leven of van oorlog?

De sleutel om de motor mee te starten past niet en er blijkt ook geen diesel in de tank te zitten. “Het komt goed”, belooft Kaptan Mehmet ons, terwijl hij mopperend van de boot naar de kant loopt en af en toe iets onverstaanbaars schreeuwt naar een collega op de kade. Ondanks de opstartproblemen, geloven we hem.
We zijn vanmorgen in ons huurautootje voor één dag, op weg gegaan richting Halfeti.
Eindeloos veel boomgaarden met pistachenootbomen maken de tocht erg aangenaam. Het voorjaar hier loopt op Nederland vooruit en het frisse lentegroen steekt mooi af tegen de strakblauwe lucht en de pistachenootjes dienen zich al aan.

Waarom naar Halfeti, gelegen aan de Eufraat?
Allereerst vanwege de Eufraat, de belangrijkste rivier in het Midden-Oosten, die ontspringt in het Zuidoosten van Turkije en via Syrië en Irak, dus van noord naar zuid, naar de Perzische Golf stroomt.
Turkije beschikt over meer water dan de rest van het Midden-Oosten samen. Het land kijkt lange tijd met een afgunstig oog naar de olierijkdommen die de golfstaten enorme rijkdom en macht geven. Maar nu het belang van de olie afneemt ziet Turkije mogelijkheden om met het water haar economische en politieke invloed in de regio te vergroten. Het Midden-Oosten bestaat voor 95% uit woestijn en is voor water afhankelijk van vier rivieren, de Nijl, Jordaan, Eufraat en Tigris.
Omdat de bron van de Eufraat en Tigris in Turkije ligt, beschouwt het land zich eigenaar van al het water en Syrië en Irak kunnen er zo geen aanspraak op maken. Zo wordt water, een eerste levensbehoefte voor iedereen, door Turkije ingezet als een politiek machtsmiddel.

Op de grens van de provincies Gaziantep en Sanliurfa gaan we de Eufraat over en in de verte zien we de Birecik Dam die, samen met andere stuwdammen, er voor zorgt dat er in deze regio een stuwmeer is ontstaan, als onderdeel van de rivier.

De bewoners van Halfeti en omstreken betalen hier echter een hoge prijs voor. Het water is hier circa 385 meter gestegen met als gevolg dat bijna iedereen geëvacueerd moet worden. Halfeti is, evenals omliggende dorpen, verdwenen in het water. De compensatie bestaat uit óf een appartement binnen de sociale woningbouw in de nieuw gebouwde stad, dan wel een lening tegen zeer gunstige voorwaarden waarmee men zelf kan bouwen op een plek naar keuze. Helaas wordt het boerenbestaan voor velen een leven in de stad en vooral de oudere mensen hebben nog altijd geen werk.

En nu zitten we dus op de boot van Mehmet, die hij niet aan de praat krijgt. We stappen uiteindelijk de kade weer op en lopen verder naar een veel kleiner exemplaar, maar wel volledig gestoffeerd én gemeubileerd.

De motor wordt aangetrokken met een touwtje waaraan een houten klosje zit en al snel pruttelt het vaartuig weg van het haventje. De kaptan aan het roer en Holger, zittend op het voordek, achter zijn fototoestel.

Het wordt een adembenemende tocht. De oevers variëren doorlopend. De rotsen zijn begroeid of kaal en grillig of juist gepolijst. De kleur van het water is van blauw tot jadegroen en helder.

Al snel ontwaren we Rumkale, de tweede reden van onze tocht vandaag.
Rumkale of Rum Kalesi is een indrukwekkende vesting, in de middeleeuwen gebouwd op een natuurlijke hoge rotspartij aan de westelijke oever van de Eufraat. Het fort controleerde de belangrijke zijderoute. Het vormt nu als het ware een schiereiland en we varen er dan ook aan drie kanten omheen. Van oorsprong ligt het fort op een hoogte van 500 meter en het zal dus niet in het water verdwijnen.

Uiteindelijk komen we aan bij de aanlegsteiger van het verdronken dorp Savasan Köyü, ons einddoel. Het water staat in deze tijd van het jaar relatief laag, dus er “drijven” daken in het rond en de minaret van de voormalige moskee lijkt als een raket uit het water op te stijgen.

Mehmet meert aan en op een hoger gelegen terrasje genieten we van het uitzicht op wat eens was en wat nu is.  Het water en het jonge groen geven samen een mooi palet aan groentinten en nu we het gepruttel van het bootje niet meer horen heerst er een aangename rust.

We praten wat met de uitbater van het uitspanninkje en zijn vrouw. Zij vertellen gekozen te hebben voor een nieuwe woning op een plekje naar eigen keuze en dat is hierboven op de rots, veilig voor het wassende water. Maar hun voormalige tuin zijn ze kwijt en hoewel ze tevreden zijn met het hier en nu, voelen ze toch een soort van heimwee naar hun oude stek, daar beneden onder het water.
Bij het afscheid krijgen we wat takjes oregano, een handvol kleine, zure en onrijpe pruimpjes, een heerlijk geurende witte roos en twee zoenen.

Hopelijk leidt de Turkse beheersing van de Eufraat in de toekomst niet tot meer onrust en conflicten in deze van oudsher o zo instabiele regio, hoewel de kans daartoe groot is. Immers, water zal in de toekomst meer waard zijn dan olie en zal, zo vrezen we, een bron van oorlog kunnen worden in plaats een bron van leven.

Gezondheid!

Als ik een slok neem, denk ik meteen aan de stokjes in een glazen pot, op de toonbank van Van Dam, het kruidenierswinkeltje in mijn geboortedorp Voorhout. Per stuk te koop, voor een paar cent en je deed er dagen mee.
Zoethout.

Adem Baba trakteert ons op zijn zelfgemaakte meyan şerbeti, een drankje dat in het zuidoosten van Turkije veel verkocht wordt, met name op straat. Maar we zijn nu in zijn brouwerijtje, waar het gezonde en dorstlessende nat geproduceerd wordt.
Op zo’n 25 vierkante meter voltrekt zich het hele proces. Van zoethout tot ingevroren şerbet.

Tegen de achterwand liggen zakken opgestapeld, waarin de vezels zoethout. De zoethoutvezels worden in een bak met wat water gelegd, waardoor een sterk, stroperig aftreksel via een gootje onderaan de bak langzaam in een vertinde koperen teil loopt. Hier wordt het aangelengd met meer water.

Zoethoutextract is het enige ingrediënt wat aan het water wordt toegevoegd. Geen suiker want zoethout bevat van zichzelf al een mierzoete stof die overigens geen nadelige effecten heeft op tanden of gewicht.

Regelmatig schept Adem het vocht met een pannetje op en giet het van grote hoogte weer terug in de teil. Hierdoor ontstaat een dikke schuimlaag en wordt het steeds doorlopende extract goed gemengd.

Als de inhoud van de teil goed op smaak is, wordt het in grote plastic vaten gegoten en ingevroren. Er worden geen conserveringsmiddelen aan toegevoegd en daardoor blijft het slechts 2 dagen goed. Invriezen maakt het langer houdbaar. Adem verkoopt zelf, maar hij levert ook aan anderen.


De door de stad lopende verkopers van dit goedje, de şerbetçi, dragen over hun schouder en op hun rug grote koperen kannen met een enorme schenktuit, waar 100 bekers uitgeschonken kunnen worden. Van oudsher dragen zij daar heel herkenbare kleding bij.

Tegenwoordig echter zie je steeds meer ventwagentjes als verkooppunt van dit lekkere frisdrankje. Aan de ene kant jammer, want een kleurig ambachtsman verdwijnt langzaam maar zeker uit het straatbeeld, maar voor de rug en schouders van de serbetçiler is het absoluut een uitkomst!

Als ik zo rondkijk in het bedrijfje van Adem en zijn vrouw Ülger, denk ik hoe eenvoudig het kan zijn om een eigen bedrijfje te beginnen. Geen regels, geen wetten lijken hen in de weg te staan. Met een sigaret in de mond is hij aan het werk en het zou me niet verbazen als er soms per ongeluk wat as in de schuimlaag terecht komt. Ook de ramen kunnen wel een flinke wasbeurt gebruiken.

Maar dit deert ons niet. We krijgen een tweede beker aangeboden, direct uit de teil en het smaakt ons heerlijk. En als we horen waar het allemaal tegen helpt, verlaten we het pand in ieder geval gezonder dan bij binnenkomst. Goed voor de maag, lever, luchtwegen en een prima middel tegen keelpijn, hoest, mondzweertjes, astma, voedselvergiftiging en nog veel meer!

Adem en Ülger poseren nog even met plezier voor de foto en aan hen is goed te zien dat het drinken van meyan şerbeti je stralend gelukkig maakt.
Het heeft zo te zien misschien wel iets weg van een liefdesdrankje!