Nieuwe vrienden in een oude stad.

Nieuwe vrienden ontmoeten
Die je al lang lijkt te kennen
In een onbekende stad
Die voelt als je thuis
Een reis over water tussen
Twee continenten

Een land vol minaretten
Paleizen en mensen
Als oude bekenden
En vergezichten over heuvels
Waar zich overal een sprookje verschuilt
Een verhaal van een prinses op een eiland
En verbannen honden
Die je bij volle maan
In de stad nog hoort blaffen

We eten en eten
Omdat het niet op kan
En terug op de boot zit er
Een aalscholver met
wijdgespreide vleugels
Op een paal in het water
te drogen in de zon
Met zijn blik op oneindig

De 440 paar schoenen die
Buiten de deur zijn gezet
Van vrouwen die stierven
Door zinloos geweld
Zorgden voor kippenvel
In de zonnige straat

Wij vrienden
we kusten elkaar bij het afscheid
Maar in die paar korte uren
Dat we elkaar kennen
Hebben we een band voor het leven
Ik zal vaak aan jullie denken
Elke keer…..
Als ik aan Istanbul denk

Ronald M. Offerman
Istanbul 24-9-2019

Schaduwzijde.

Alle mooie dingen in het leven hebben een schaduwzijde en dit geldt ook voor onze indrukwekkende, ruim vier weken durende tocht door Turkije dit jaar.
Van Şanlıurfa, via fantastische landschappen, steden, dorpjes, ontmoetingen met mooie mensen, blikken op interessante zaken, oude en nieuwe musea, naar ons eigen vertrouwde Istanbul.
Met Holger als altijd de oh zo veilig rijdende chauffeur, ik als trouwe bijrijder en genietend voor twee van al het moois dat we onderweg passeren.
Morgen nog een dagje Yeşilköy en woensdag vlieg ik naar huis.
Holger rijdt dan, na eerst nog een trouwfeest in de buurt van Izmir, met de auto terug naar Deventer.
Als Holger in augustus vertrekt om mij ergens in Turkije op te halen, is dat altijd fijn. Het is de start van een nieuw reisavontuur wat we samen aangaan en waar we altijd veel zin in hebben.
Maar het scheiden van onze wegen aan het eind van de reis is elke keer weer de schaduwkant van deze constructie.

Hiermee sluiten wij dit blog af.
Wij hebben er opnieuw een mooi document bij!

Turkije, teşekkürler ve görüşürüz!

Yedinci Kıta – Het Zevende Continent 3

De derde en laatste locatie waar Istanbul Bienalı dit jaar plaatsvindt is Istanbul Resim ve Heykel Müzesi, een spiksplinternieuw museum in de wijk Kabataş.
Van de 56 deelnemende kunstenaars is het werk van 38 op deze locatie te vinden en dat is veel en voor ons eigenlijk te veel.
Na ruim vier weken dagelijks nieuwe indrukken, zitten onze hoofden namelijk al behoorlijk vol en wat het extra veel maakt is dat er veel grote en kleurrijke installaties plus veel video’s met nogal wat geluid vertoond worden.

Voor ons blog beperk ik mij tot de wat meer ingetogen werken, die mij ook het beste zijn bijgebleven.

De bijdrage van Max Hooper Schneider, getiteld “To Become a Melonhead”, is gebaseerd op volkstradities en wetenschappelijk onderzoek. Het beschikt over een nieuw geschreven schaduwspel en een installatie met bijpassende sound- en videoscapes.
Om het schaduwspel te ontwerpen en uit te voeren, werkt Schneider voor deze biënnale samen met een poppenmaker in Istanbul. Het is gebaseerd op het ons bekende traditionele en satirische schimmenspel met Karagöz en Hacıvat.

Vijfentwintig watermeloenen, incarnaties van toekomstige en nieuw gevormde hersenlichamen, treden op als publiek van het stuk.
Het werk is een satirisch onderzoek naar de menselijke waan in de nadagen van de veronderstelde superioriteit van ons soort en het begin van de planetaire opkomst van het niet-menselijke.

De video- en geluidsinstallatie werken niet waardoor het publiek het middelpunt wordt van deze installatie. Dit is het meloenen-veldje met daarop de vijfentwintig watermeloenen starend naar een zwarte muur. Wel zo rustig en daarbij vind ik het beeld toch mooi genoeg om het hier te laten zien.

Turiya Magadlela gebruikt grotendeels panty’s om zowel raciale en seksuele discriminatie als vrouwelijkheid en erotiek op te roepen.

Magadlela’s gebruik van textiel vraagt ook aandacht voor (huids)kleur en verwijst tevens naar de context van Zuid-Afrika, met toespelingen op zwarte magie en fetisjpoppen.
Ondergoed, panty’s en kousen met als kleuraanduiding ‘huidskleur’ is slechts het geval voor de blanke klant.
Ik vergeet nooit dat onze Stella ooit na een val van mij een pleister op haar knie geplakt kreeg en op het doosje ‘huidskleur’ zag staan. Verbaasd keek zij mij aan en zei: “Dit is toch niet mijn huidskleur?”
Onze Stella komt van oorsprong uit Congo…….

Haar werk “Four Five series” wordt gevormd door een reeks gigantische tapijten gemaakt van aaneen gestikte panty’s die het plafond en de wanden bedekken, wat resulteert in een grotachtige structuur.
Gedurende de eerste week van de Istanbul Bienalı stikt Magadlela, tijdens een performance bij haar installatie, op een naaimachine panty’s aan elkaar waarmee zij aandacht vraagt voor arbeidsomstandigheden, genderverschillen en de daarmee verweven geschiedenis van seksueel en raciaal gegrond geweld en misbruik. Nogal een gelaagd kunstwerk en werkelijk prachtig van kleur.

Radcliffe Bailey wordt beïnvloed door zijn Afrikaanse afkomst en dit weerspiegelt in veel van zijn werken dat gaat over de geschiedenis van de slavernij, hedendaagse diaspora en thema’s betreffende ontheemding en trauma’s.

Zijn bijdrage “Untitled” bestaat uit een deel van een romp van een houten boot dat verwijst naar de schepen waarmee Europeanen tot slaaf gemaakte Afrikanen naar het westen transporteren, maar ook naar de levensgevaarlijke vaak gammele bootjes waarmee migranten vandaag de dag Europa hopen te bereiken.
Het schip heeft acht zwarte figuren, geplaatst op lage sokkels.
Het werk bevat ook drie audio-installaties. Eén is een nummer van de Afro-Futurist Sun Ra Arkestra, de tweede bestaat uit stemmen van arbeiders die boten bouwen in de baai van Soumbedioune in Senegal met het geluid van oceaangolven die langs de kust klotsen en de derde is een sample van verschillende geluiden die de kunstenaar samen met jazzmusicus Tarus Mateen componeert.

Het werk van de Nederlandse Jennifer Tee, “Crystalline” getiteld, gaat over de culturele hybriditeit, identiteit, taalervaringen en handelsroutes tussen mensen, over grondstoffen en objecten uit de natuur. Objecten en culturen lopen bij haar werk in elkaar over

De collages, gemaakt met behulp van Nederlandse gedroogde tulpenbloemblaadjes en gebaseerd op patronen van de tampan- en palepaistoffen uit Sumatra, beelden geesten uit die naar een nieuw leven gaan en zijn dus materiële voorstellingen van de reis van de ziel.
Allemaal niet zo gek. Haar opa aan moederszijde is in zijn tijd bloembollenkweker en trouwt met een Engelse die hij ontmoet tijdens een van zijn handelsreizen. Haar vader heeft Chinese wortels en is afkomstig uit Indonesië.

Op de grond ligt een eigenhandig gemaakt vloerkleed en aan de wand hangen keramieken bolvormige objecten met kleine openingen.
Zij ‘activeert’ haar werk door op het kleed met mensen te dansen en met behulp van de keramieken objecten geluid te produceren. Deze performance voert zij uit op bepaalde tijdstippen tijdens de biënnale. Wij zijn niet tijdens zo’n tijdstip aanwezig en ik kan er dus niets zinnigs over vertellen.

Tot zover dit verslag over de 16de Istanbul Bienalı. Op zich zien we mooi werk maar de link met het thema is voor ons niet altijd zicht- of voelbaar, waardoor het geheel soms wat gehaast en geforceerd overkomt.
Desalniettemin hebben we genoten, al was het alleen al van de tochtjes met de veerpont, de wandelingen naar de diverse locaties en alle vrolijke aangeplakte biënnale-posters.

Istanbul, daar is altijd wat te zien, ook gewoon onderweg.

De muur van schaamte.

In Istanbul trekt een bijzonder kunstwerk sinds een dag of tien de aandacht van voorbijgangers. Exact 440 paar hooggehakte zwarte vrouwenschoenen sieren de muren van twee wolkenkrabbers.
Wat op het eerste gezicht grappig lijkt, heeft echter een zeer serieuze en politieke boodschap.

Terwijl Holger en ik de imposant hoge muren met ontzag maar ook met licht afgrijzen bekijken, lopen twee jonge meiden vrolijk kwebbelend voorbij. Ze houden hun pas in wanneer ze ons zien kijken naar de muren vol schoenen en beginnen te lachen. “We lopen hier elke dag wel een paar keer langs” , zeggen zij, “Maar dit is ons niet eerder opgevallen”. Ik vertel hen voorzichtig over het belang van deze installatie en wijs hen op het bord waarop te lezen is over het hoe en waarom van deze schoenenmuren.
Langzaam zie ik hun koppies betrekken, de lach verdwijnt en ontzetting verschijnt.
Ze kijken mij en elkaar aan met hun handen voor de mond en beginnen net als Holger foto’s te maken. Als ze een paar minuten later hun weg vervolgen, bedanken ze mij en ik hoop dat ze hun vriendinnen, moeders en zussen attenderen op wat zij zojuist hebben gezien en gelezen.

Want dat is waarom Vahit Tuna deze schoeninstallatie heeft gemaakt, in het kader van het Sanat Projesi Yanköşe waar Kahve Dünyası, de Turkse Starbucks, de initiatiefnemer van is.
Tuna vestigt met dit werk de aandacht op al het geweld tegen vrouwen  in het algemeen maar stelt hiermee in het bijzonder vrouwenmoorden in Turkije aan de orde. Alleen al in 2018 worden volgens officiële cijfers 440, vandaar ook dit gebruikte aantal paar schoenen, vrouwen door mannen vermoord. Het niet gerapporteerde cijfer is veel hoger.

Afgelopen augustus nog schokt een video heel Turkije wanneer deze op social media verschijnt waarin een jonge vrouw, Emine Bulut, in het openbaar door haar ex-man wordt neergestoken, nota bene voor de ogen van hun dochter, wegens een ontstaan voogdijconflict.
Het feit dat men de moord filmt en vervolgens openlijk in de media komt, toont aan dat men moord uit eerwraak deels nog altijd acceptabel vindt.

Na de moord op Bulut gaan vrouwen in verschillende Turkse steden de straat op en protesteren met de woorden “Ölmek istemiyorum”.
“Ik wil niet sterven”.
Dit zijn de laatste woorden die Bulut uitspreekt voordat zij dood neervalt op straat.

Maar niet alle vermoorde vrouwen worden genoemd in de publieke media en daarom herdenkt Vahit Tuna deze anonieme slachtoffers met zijn kunstwerk.
Het is in veel plaatsen in Turkije de gewoonte om bij het overlijden van een vrouw een paar van haar schoenen voor de deur van het huis te zetten en dit gegeven heeft Tuna als uitgangspunt gebruikt om zijn belangrijke boodschap vorm te geven.

Hij noemt het “Isimsiz”, wat naamloos betekent.
Veel mensen in Turkije weten echt niets over de moorden en geweld op zoveel vrouwen en daarom is het broodnodig de enorme omvang van dit trieste probleem meer bekendheid te geven. Bijna vijftig procent van meisjes en vrouwen wordt geconfronteerd met geweld en het is hoog tijd dat wanneer men hiervan getuige is, men het hoofd niet langer afwendt.

Eén paar pumps hangt net voor een raampje waar tralies voor zitten. Het lijkt te willen vertellen dat de vermoorde vrouw die bij deze schoenen hoort, haar leven in gevangenschap leidt en na haar dood haar vrijheid herwonnen heeft. Een beeld vol symboliek, vind ik.

De installatie zal zes maanden te zien zijn in het straatbeeld van deze drukke straat in de wijk Kabataş. Maar in de eerste acht maanden van dit jaar brengen al weer 285 mannen hun vrouw om door middel van geweld, dus wat mij betreft mogen deze schoenen blijven hangen totdat er een structureel dalende lijn is ingezet wanneer het gaat om slachtoffers van huiselijk geweld. Mensen klagen dat de door rechters opgelegde straffen veel te laag zijn en Erdoğan geeft aan te overwegen de doodstraf opnieuw in te voeren.
Wij zijn echter van menig dat de mentaliteit van de samenleving in deze moet veranderen. Dit zou bewerkstelligd kunnen worden in de opvoeding en binnen het onderwijs bij kinderen van kleins af aan.
Zwaardere straffen dragen daar, vrezen wij, niet heel veel aan bij.

Soms is het sterk om dát in een kunstwerk te tonen wat er niet of niet meer is. In dit geval zijn dat de vrouwen die in deze schoenen hadden kunnen, nee moeten staan. Als de zon vanuit een bepaalde hoek op de muur schijnt is al wat er rest de schaduwen die zich vanuit de schoenen aftekenen. op de wand.

Al met al zo’n krachtig, verbijsterend en ontroerend beeld, dat deel 3 van de Istanbul Bienalı hiervoor plaats heeft moeten maken in ons blog en moet wachten tot morgen.

Yedinci Kıta – Het Zevende Continent 2

De tweede locatie waar werken in het kader van de Istanbul Bienalı worden getoond is op de derde, vierde en vijfde verdieping van het Pera Müze.
Dit museum is een van de organisatoren van de biënnale en ook altijd van de partij wat betreft het beschikbaar stellen van ruimte. Ook is er, traditiegetrouw, een eigen poster ontworpen die bij elke etage op de liftdeuren te zien is.

Op de vijfde verdieping zien we “Legend I-II-III-IV-V” van Pia Arke.
Pia Arke is een Deens-Groenlandse schilder, fotograaf en auteur die tijdens haar leven de etnische en culturele relaties tussen Denemarken en Groenland onderzoekt.
Haar favoriete thema’s zijn herinnering, identiteit en de schaduwen van historisch geweld in relatie tot Groenland en de Deense koloniale overheersing, die nog steeds nagalmt in hoge percentages zelfdodingen, HIV- en tuberculose-infecties.
Pia Arke sterft in 2007 op jonge leeftijd.

De Legend I-II-III-IV-V bestaat uit vijf collages van landkaarten met daarop Groenland en familiekiekjes, gelaagd met monsters van grondstoffen zoals rijst, suiker en koffie die de verwerving van de verwantschap, het vermarkten van menselijk handelen en kolonialisme tonen. Een eye-opener, want eigenlijk weten wij veel te weinig over deze wrede geschiedenis van de Inuït ten tijde van de Deense overheersing.

Eveneens op deze verdieping zien we een wandtapijt, schilderij en sculpturen van de Iraanse Sanam Khatibi. De installatie draagt de titel “I dreamt I stabbed you in the eye”.

Khatibi zoekt in haar werk naar machtsverhoudingen door onderzoek te doen naar geweld, betrokkenheid en sensualiteit bij mens en dier. De speelse werken zijn vol humor, mythologische aspecten en felle tegenstellingen van meningen. Ook speelt zij met het opportune gedrag van mens en dier, waarbij wreedheid zorg, dominantie onderdanigheid en de mens beestachtig wordt.

Deze installatie maakt Khatibi speciaal voor de biënnale. het tapijt toont de beladen relatie tussen de naaktfiguren in een natuurlijke omgeving, terwijl het schilderij, samen met archeologische stenen en de keramische sculpturen van een slang en een kat, wijst op veronderstelde en voor waar aangenomen archeologische relaties tussen mens en dier.

Een verdieping lager voelt het alsof we ons in een zaal van het Rijksmuseum bevinden. Hier hangt een serie geschilderde portretten van Piotr Uklanski, onder de naam “Eastern Promises”. Het is er stil, donker en de wanden zijn dieppaars geschilderd waarop het zachte licht mooi schijnt en waartegen de portretten mooi uitkomen. Heel sfeervol.
De serie is gebaseerd op de in 1414 ontstane banden tussen Polen en het Ottomaanse Rijk en het richt zich expliciet op de islamofobie die zich vandaag de dag verspreidt in het Westen en op de onderdrukking van het hedendaagse Polen van zijn eigen geschiedenis.

En dan de derde verdieping, waar Charles Avery een installatie heeft gemaakt door middel van tekeningen, sculpturen, teksten en voorwerpen.

Hier is erg veel te zien, zowel op de deels ingekleurde tekeningen aan de wanden als in het midden van de zaal, waar manden, emmers, teilen flessen en manden van verschillende materialen staan met daarin prachtige glas-geblazen zee-objecten in de meest mooie kleuren.

Alle elementen in deze installatie staan duidelijk in relatie tot elkaar en de sculpturen en voorwerpen die in de zaal te zien zijn komen dan ook allemaal terug in een van de tekeningen.

Het werk dat we vandaag zien in Pera spreekt ons duidelijk meer aan dan dat van gisteren op Büyükada. Natuurlijk is dit een kwestie van smaak.
Morgen op naar de derde en laatste locatie van de Istanbul Bienalı, het Istanbul Resim ve Heykel Müzesi.
Als de opgaande lijn zich voortzet, belooft ook dit bezoek veel goeds!

Yedinci Kıta – Het Zevende Continent 1

Er is voor ons altijd wel een reden om naar Istanbul te gaan en deze keer is dat de Istanbul Bienalı.  De 16de al weer. Met als titel ‘Yedinci Kıta’ , wat in het Nederlands ‘Het Zevende Continent’ betekent.

Het Zevende Continent beschrijft kunst als een vorm van antropologie die de impact van mensen, de paden die zij bewandelen, de sporen die zij achterlaten en hun interactie met het niet-menselijke, of juist het gebrek hieraan, onderzoekt.
De twee jaarlijkse kunstmanifestatie dankt dit keer haar naam aan de kolossale vuilnisbelt in de Stille Oceaan die wordt beschouwd als een van de meest zichtbare effecten van het Antropoceen, naast de opwarming van de aarde. Het Antropoceen is het tijdperk waarin het aardse klimaat en de atmosfeer de gevolgen ondervinden van ons menselijk handelen.

Deze massa afval, in de populaire wetenschap dus het ‘zevende continent’ genoemd, is een verzameling van plastic met een gewicht van 7 miljoen ton en een oppervlakte van 3,4 miljoen vierkante kilometer.
Dit bizarre fenomeen van een door mensen gemaakt continent van plastic midden in de oceaan, dient als uitgangspunt voor discussies en debatten door kunstenaars, filosofen, antropologen en milieuactivisten over de huidige positie van kunst ten opzichte van ecologische uitdagingen.
Werk van zesenvijftig kunstenaars zijn te zien op drie locaties, waaronder Büyükada, een van de Prinseneilanden.
Een heerlijke tocht met de vapur van ruim een uur is zo’n heerlijk begin van de dag en daarom is dit eiland de eerste locatie die wij vandaag gaan ontdekken.
Als we bij aankomst van het veerpont afstappen, zien we een groot spandoek dat vermoedelijk voor deze gelegenheid is opgehangen met de tekst “STOP PLASTIC POLLUTION’.

Helaas alleen in het Engels. De tekst ook in het Turks en Arabisch zou geen kwaad kunnen, want op de veerpont wordt nogal wat overboord gegooid aan afval en niet bepaald door de passagiers die op de biënnale afkomen.
Bij de aanlegsteiger dobbert ons dan ook als eerste een plastic flesje tegemoet.

De kade van Büyukada staat vol met billboards met daarop verschillende, vrolijk gekleurde affiches die ons attenderen op de biënnale.

Op het eiland zijn vijf, dicht bij elkaar gelegen locaties, waar werk te zien is van diverse kunstenaars. In ons blog beschrijf ik er vier.

Het eerste werk dat wij zien is van Andrea Zittel, getiteld “Personal Plots”.
Het staat op Iskele Meydanı, aan de voeten van een Atatürk beeld en omringd door een hoop Turkse wapperende vlaggen.

Er hebben zich nogal wat hotemetoten verzameld en er is zelfs een fanfare-orkest. Ik ben verbaasd dat er zó veel aandacht is voor een werk dat deel uitmaakt van de biënnale. Dit hebben we nog nooit eerder meegemaakt.
Het blijkt dan ook een misvatting. Er is een of andere onduidelijke ceremonie gaande, bedoeld om iets of iemand alle lof toe te zwaaien.
Wij houden onze aandacht echter bij de kunst.

Zittels werk voor de Istanbul Biënnale gaat in op aspecten van privaat eigendom en ruimte.
Zittel die zich afvraagt of je eigenlijk wel als privé persoon ruimte kunt bezitten, presenteert een werk van aaneen gekoppelde betonnen bakken die een cel-achtige structuren vormen. De cellen lijken op kleine kantoorruimtes, slaapkamers of graven en zijn deels gevuld met gele, licht- en donkergrijze granietscherfjes én helaas met zwerfafval, voornamelijk van plastic…..
De kunststof roos, die er ook is terechtgekomen, laat zien dat zwerfvuil echter ook iets moois en aandoenlijks kan uitstralen.

In het prachtige pand, waar van oudsher de Anadulu Külübü is gehuisvest, zien we op de eerste verdieping een video-installatie van Ursula Mayer.

Dit werk onderzoekt hedendaagse vormen van belichaming, gestalte en meditatie.
Haar installatie “The Fire of Knowledge is Burning All Karma to Ashes” is een video van een digitale avatar van een menselijk figuur, namelijk het transgender model Valentijn de Hingh.
In videogames maken karakters dikwijls voorgeschreven, herhalende en nietszeggende bewegingen, zoals ademhalen of stampvoeten, wanneer ze niet door een speler actief in het spel gezet worden.
In Mayers video zien we Valentijn zweven tegen een zwarte achtergrond. Ze blaast vuur op haar hand en verricht verschillende geregisseerde en repeterende handelingen.

Op het bordes van Mizzi Köşkü staan de “Hybrid Creations” klaar, om het publiek te ontvangen.

De groep sculpturen bestaat uit hybride wezens waarin een slang, een spin, een vleermuis en een krokodil allemaal mensachtige vormen aannemen.
De maakster van deze installatie is Monster Chetwynd. Zij staat bekend om haar anarchistische performance-stukken en sculpturen in brocante-stijl en deze bevatten vaak handgemaakte kostuums, decors en rekwisieten, die een opvallende en opzettelijke rudimentaire esthetiek hebben, vervaardigd van goedkope, hergebruikte materialen en afval.
Het groteske, het humoristische en het griezelige wedijveren allemaal om aandacht in haar werk.

De vleermuis die staat te stralen in de zon is wel bijzonder, gezien het feit dat we deze in werkelijkheid pas zien wanneer de avond valt.
Voor dit werk dat Chatwynd speciaal voor de biënnale maakt heeft zij zich laten inspireren door de straatkatten van van Istanbul. Dit spreekt ons natuurlijk erg aan!

De laatste installatie, van Hale Tenger, bevindt zich in de tuin van het door bomen, struiken en klimplanten overwoekerde Tas Mektep en is getiteld “Appearance”.
Wij staan voor een leegstaande, verwaarloosde villa met prachtig uitzicht over de Bosporus en met een tuin vol oude bomen, wingerd, klimop en andere woekerplanten.
De sfeer om het huis doet mij denken aan landgoed ‘Manderley’ uit Hitchkock’s film ‘Rebecca’.

Hale Tengers werk is een mixed media met geluidsinstallatie, gesitueerd in het Sophroniërs Paleis, het voormalige zomerhuis van patriarch Sopronius de Derde. Later doet het nog een tijd dienst als middelbare school.
De installatie is geïnspireerd door de plek en de eeuwenoude botanische techniek van het ‘schillen’. Deze techniek bestaat uit het volledig weghalen van een reep bast van een dikke tak of stam van een boom om zo het fruit beter te laten groeien.
Terwijl je je beweegt door de verwilderde tuin wordt in het Turks en Engels een dichtregel van Tenger gefluisterd. Doordat je geen idee hebt waar de stem vandaan komt, voelt het alsof de bomen zacht tegen je praten.

“In the absence of my own sight, I became / I was a fruit tree”

Afgevlakte obsidiaan stenen, een vulkanisch materiaal dat in de prehistorie wordt gebruik als spiegel en nog altijd een rol speelt in de alternatieve geneeskunde, richten zich naar boven waardoor in de reflectie de boomkruinen zichtbaar worden. ook staan er ronde bakken gevuld met water, die ook als spiegels fungeren. Zo vertelt mij ooit iemand in Afrika dat de zonsverduistering daar bekeken wordt via de weerspiegeling in een teil water. Wij hebben daar inmiddels speciale plastic brilletjes voor ontworpen……..

De kunstenaar wil een ruimte creëren voor introspectie en een zelfherstellend vermogen in en voor deze historische plek.
“Can you be, by not doing?”, vraagt zij zich af.
We moeten haar het antwoord helaas schuldig blijven…….

Buigzaam als bamboe.

Het is nog stil als we vanmorgen om 10.00 uur bij de kassa van het Odunpazarı Modern Müze staan dus we kunnen heerlijk ongestoord de over drie verdiepingen verspreide expositie “Vuslat” bekijken.
Zo’n tachtig werken selecteert de curator uit de privé-collectie van de initiatiefnemer tot de bouw van dit museum, Erol Tabanca.
Enkele van deze beschrijven we in ons blog.

Van de Koreaan Seung Mo Park is het fascinerende werk ”Maya 7655”.
Maya is een woord uit het Sanskriet en betekent illusie. En dat is precies wat je ziet.

De kunstenaar knutselt en snijdt vellen roestvrijstaal gaas en draait en knipt metaaldraad om zo foto-realistische portretten van mensen te creëren.
Door meerdere lagen gaas te gebruiken en de draden op een bepaalde wijze met elkaar te kruisen en te verbinden, brengt de kunstenaar daar waar nodig licht en donker nuances aan.
De portretten zijn slechts vanuit één hoek echt scherp zichtbaar.

Even denk ik met een schilderij van doen te hebben als ik voor “Sprig” van Ramazan Bayrakoğlu sta, maar dat is het toch niet.

Bayrakoğlu bewerkt canvas doek met textiel en borduursels.
Hij laat zich inspireren door film-stills, beelden uit tijdschriften en uit ons collectieve geheugen.

Hij speelt met de waarneming van zijn publiek door het te dwingen vragen te stellen bij de huidige betekenis van beelden en de culturele codes die zij bevatten.
In het werk “Sprig” beeldt hij bloeiende boomtakken uit door intensief gebruik te maken van textiel, borduursteken, stiksels en kleuren en flirt hij wat met het impressionisme. Het werk deed mij dan ook in eerste instantie denken aan “Amandelbloesem” van Van Gogh.
Je ervaart bijna de vochtige lucht, de kronkelende takken, de treffende weergave van het licht en het licht bewegen van de bladeren.
De hoop die gewekt wordt bij de komst van de lente wordt weergegeven in de details op het doek.

Hoop is ook zichtbaar in het schilderij “Women Working in the Field” van Nuri Iyem.
Hij streeft er naar de gevoelige kracht van de menselijke werkelijkheid weer te geven door bij de afgebeelde mensen, geschilderd in een wat naïeve figuratieve stijl, de nadruk te leggen op het gezicht, de ogen en de blik.

Zijn bij velen inmiddels bekende schilderijen doen denken aan de klassieke Romeinse kunst met wortels in het Mediterraan-Anatolische sociaal geheugen.
In dit schilderij is met name de blik van de zachtmoedige en wijze Anatolische vrouwen in een zonnebloemveld vol hoop en gericht op de toeschouwer, wat een licht hypnotisch effect oproept.

Afgelopen voorjaar lag zij ook op deze divan, vast in slaap, maar toen in Istanbul Modern. En nu ligt zij hier, in OMM, “Sleeping Girl” van
Hans Op de Beeck. Ik zie het als een teken dat ik er kort iets over moet vertellen in ons blog.

De kunstenaar is van alle markten thuis. Hij maakt zowel sculpturen als installatie, tekeningen als foto’s en films, teksten en muziek. Zijn stijl varieert van minimalistisch tot wat gekunsteld, soms op het randje van kitsch.
Dit laatste geldt ook wel voor “Sleeping Girl”. We zien een kleine, asgrijze sofa waarop een slapend of dood meisje ligt, het hoofd op een kussentje, een plaid terloops over haar heen gelegd en badslippers op de grond ervoor.
Alles lijkt in de tijd te zijn gestold door een vulkaanuitbarsting, aardbeving of een ander natuurgeweld. Het werk doet mij dan ook erg denken aan de beelden die wij een jaar geleden in Pompeï zien.

Het beeld, uitgevoerd inpolyester, aluinium en verf, roept tijdens het kijken dubbele gevoelens op, zoals rust en onrust, vertedering en dreiging, poëzie en onheil, afstand en betrokkenheid, intimiteit en algemeenheid.
Omdat je niet weet of het meisje ooit ontwaakt roept het ook vragen op aangaande leven en dood.

Van Assa Kauppi is het werk “The Race is Over” te zien.
Zeven kinderen staan in de startblokken voor een zwemwedstrijd; kennelijk laat de achtste deelnemer het bij voorbaat al afweten, gezien het lege blok op de zevende plek.

Elk kind staat in z’n eigen karakteristieke, zeer gespannen houding zoals dat alleen bij kinderen het geval kan zijn. De zwemwedstrijd staat symbool voor het leven zelf, dat vandaag de dag uit één en al races bestaat.
Wie gaat de race winnen en wie valt af?
Losers en winners, daar gaat het allemaal om in het huidige leven en de Zweedse Kauppi stelt met dit werk de gevolgen hiervan aan de kaak.

Van een werkelijk adembenemende schoonheid is de speciaal voor het OMM gecreëerde installatie “Bamboo”, van de wereldberoemde meester van de bamboekunst, Tanabe Chikuunsai IV.

Tanabe, afkomstig uit een van de meest gewaardeerde kunstenaarsfamilies van Japan, leert het weven met bamboe al op jonge leeftijd van zijn vader, tevens zijn leermeester.
Elke generatie van de Chikuunsai-familie staat erom bekend de traditionele bamboekunst te behouden maar er tegelijkertijd een nieuwe en eigentijdse dimensie aan te geven.
Chikuunsai IV dankt zijn originaliteit aan het overbrengen van de oude weeftechnieken naar grootschalige en locatie-specifieke installaties, wat een grote internationale erkenning voor de bamboekunst tot gevolg heeft.

De kunstenaar laat zich voor zijn opdracht in OMM inspireren door de stad Eskisehir zelf en zijn bewoners.
Hij woont er zelfs enige tijd om zo de ziel van de stad te ontdekken en te ervaren.
Het zijn dan ook de ontmoetingen met bewoners tijdens zijn verblijf aldaar, zijn relaties en interacties met hen en de daaruit ontstane vriendschappen die hij uiteindelijk verbeeldt in zijn installatie.
De mens als vijfde dimensie, zoals hij zelf zegt.

Kijkend naar het werk van Seung Mo Park en dat van Tanabe Chikuunsai IV vind ik het bijzonder om te zien dat het gebruik van stug roestvrij staal en buigzaam bamboe kunstenaars toch op een bijna identieke wijze kunnen inspireren. De effecten van het ‘weven’ van beide materialen hebben komen mooi met elkaar overeen, waardoor er een wonderlijke verbinding ontstaat tussen beide werken, die in het museum zo ver van elkaar verwijderd staan.

Voor zijn OMM-installatie gebruikt Chikuunsai IV de variëteit “Tiger Bamboo”, welke alleen geteeld wordt op een berg in de Japanse regio Kochi. De bruin-zwarte tekening op deze bamboestengels geven het gigantische werk een extra dimensie.

Buigzaam als bamboe past goed bij een stad als Eskişehir, dat een open, licht en jeugdig karakter heeft.
Je voelt dat kunst, creativiteit, verbinding en gelijkwaardigheid van belang zijn en het is dan ook een stad waar we graag zijn.
Nu er ook nog zo’n geweldig mooi museum staat, komen wij er ongetwijfeld terug.

Brandhout.

Het Odunpazarı Modern Müze kortweg OMM, opent negen dagen geleden zijn deuren, maar vandaag blijven ze potdicht. Het is immers maandag en dit is wereldwijd dé dag waarop musea gesloten zijn.
Hier hebben Holger en ik natuurlijk rekening mee gehouden, dus blijven we vandaag en morgen in Eskişehir.
We overnachten op steenworp afstand van het museum zodat we ons morgen stipt 10.00 uur kunnen melden bij de ingang. Hopelijk zijn we dan de massa vooruit…..
Vandaag bewonderen we “slechts” de buitenkant van het gebouw.
Odunpazarı, de wijk waar waarin het museum ligt, betekent letterlijk brandhout-markt en was vroeger hét centrum voor de houthandel.

Het Japanse architectenbureau Kengo Kuma & Associates neemt dit historisch gegeven als uitgangspunt voor het ontwerp.
Hout is belangrijk voor het erfgoed van de stad, dus wil het bureau dat het gebouw contact maakt met de geschiedenis en het geheugen van Eskişehir.
Hout, dat comfort en warmte geeft aan de ruimte en vriendelijk is voor de directe omgeving.

Het totale complex bestaat uit een groep vierkante blokken, die schots en scheef in elkaar schuiven en zijn omgeven door horizontaal op elkaar gestapelde balken. Het laatste vormt natuurlijk de link met de stapels brandhout., die in vroeger tijd de straten vulden.
Maar ze zetten ook het bestaande straatbeeld voort, dat bepaald wordt door traditionele houten Ottomaanse huizen die deels gerestaureerd maar deels ook nog in de oude staat zijn.

De draaiingen en de zogenaamde cantilever, dit is een balk die aan één zijde wordt ingeklemd en een vrij uitstekend gedeelte heeft, geven het gebouw een bijzonder verrassend en onverwacht uiterlijk.

Het hoogste punt van het museum is tevens het hart van het ontwerp. Hier komen vier van de gestapelde blokken samen en vormen zo een licht dakraam-atrium dat zich uitstrekt over de volledige hoogte van het gebouw dat drie verdiepingen telt.
Het met hout beklede vierkante dakraam draait zachtjes waardoor het lijkt of het door het gebouw omhoog stijgt.

Het museum komt uit op een groot plein, voorzien van trappen die langs het gebouw en de historische huizen lopen waardoor ze letterlijk het oude met het nieuwe verbinden.

Bij toeval wordt deze verbinding wel heel mooi zichtbaar als ik in een deur van een Ottomaanse pand het museum prachtig weerkaatst zie in de ramen van de deur. Een gelukstreffer.

Dat het vandaag maandag is en het museum gesloten, is eigenlijk ook een gelukstreffer. Er zijn niet of nauwelijks mensen rondom het gebouw, waardoor Holger goed in de gelegenheid is om foto’s te nemen zonder de aanwezigheid van storende factoren.

De eerste expositie van dit museum, getiteld “Vuslat”, wat je in dit geval misschien zou kunnen vertalen als ‘Samensmelting’, toont de privé-collectie van architect en kunstverzamelaar Erol Tabanca, die tevens de initiatiefnemer is voor de totstandkoming van dit werkelijk zeer indrukwekkende geheel.
Het project is niet alleen bedoeld om kunst tentoon te stellen, maar zeker ook om Eskişehir nieuw leven in te blazen en zo een ontmoetingsplek te worden voor mensen van binnen en buiten de stad en van binnen en buiten Turkije.
We verheugen ons op de expositie van morgen, maar na vandaag kán ons bezoek aan OMM al niet meer tegenvallen!

Uit het goede hout gesneden.

Als we wat door de achterafstraatjes van Kastamonu slenteren, wappert er een doek van om de hoek bijna in m’n ogen.
Niets wijst erop dat hier een werkplaatsje met winkeltje gevestigd is, maar als we wat beter kijken, blijkt dit wel degelijk het geval te zijn.

We lopen voorzichtig naar binnen en al snel verschijnt uit het niets de baas van het spul en nodigt ons uit zijn bedrijfje op enkele vierkante meters te komen bekijken.

Eigenlijk ligt hier zijn hart, vertelt hij.
Na jarenlang meubels maken, besluit Mustafa Temekoğlu na zijn pensionering zijn droom na te jagen en zich te verdiepen in het weven van doeken en gordijnen met Osmaanse patronen en taş baskı, een eeuwenoude druktechniek op katoenen stof, zo typerend voor deze streek.

In het piepkleine atelier staat niet meer dan een tafel en een teiltje met verf. Er hangen twee planken vol met stempels aan de wand en overal liggen en hangen lappen bedrukte katoen en her en der nog wat rondslingerende houten stempels.

Wanneer Mustafa merkt dat we oprecht geïnteresseerd zijn in wat hij doet, neemt hij ons eerst mee naar de overkant van de straat. Hier blijkt hij zijn winkeltje te hebben en er staat een enorm weefgetouw, dat meer dan de helft van het winkeloppervlakte in beslag neemt.

Hij pakt een stapeltje doeken uit een kast en legt ze voor mij neer op de toonbank. Deze minstens honderd jaar oude weefsels, voornamelijk sierranden van tafelkleden en gordijnen maar ook hoofd- en omslagdoeken, koopt hij nog in zijn meubelmakertijd, wetende dat hij er ooit iets mee gaat doen.

En dat doet hij zeker!
Hij probeert de motieven zich goed eigen te maken en zo nauwkeurig mogelijk na te weven, geeft workshops, staat op beurzen en houdt lezingen om zo deze oude vorm van handwerk een overlevingskans te bieden. Het gaat hem erg aan het hart dat zo veel textiele werkvormen uit de Osmaanse tijd verloren dreigen te gaan en hij zet alles op alles om dit te voorkomen.
Eén van zijn drie kinderen, Turgay, heeft hij weten te interesseren voor dit vak en samen runnen ze deze nering. Mustafa geeft aan erg blij te zijn dat in ieder geval de generatie na hem dit mooie vak ook probeert door te geven.

Na ons uitgebreid geïnformeerd te hebben over de oude weeftechnieken, lopen we weer terug naar het ateliertje, waar Mustafa vertelt over het stofbedrukken.
Precieze kennis over wanneer taş baskı voor het eerst wordt toegepast is niet bekend maar aangenomen wordt dat de Hittieten deze druktechniek als eerste volk gebruikt. Van oorsprong wordt steen gebruikt om stempels van te maken maar op een gegeven verandert dit in lindenhout.
Dit hout is namelijk ideaal omdat het gemakkelijk te snijden is en het goed op stof kan worden overgebracht nadat het in de verf is gedoopt. Beeldhouwers snijden de stempels in de gewenste vormen, die grotendeels bestaan uit planten, dieren en geometrische figuren zijn.
Van oudsher hebben overigens alle motieven een betekenis.

De verf maakt Mustafa zelf. Natuurlijk geeft hij het recept niet prijs maar hij laat wel zien welke ingrediënten hij gebruikt. Zo zit er kopersulfaat, potas, aniline, walnootschillen en andere plantaardige wortelkleurstoffen in, waarvan wij de namen niet kennen. Is de verf eenmaal bereid, moet het snel gebruikt worden want het blijft slechts twee tot drie dagen houdbaar. Vooral tijdens de hete zomers bederft de verf heel snel en haalt het de twee dagen soms niet eens.
Het is zeer kleurvaste verf dat bij het aanbrengen op de stof mooi zachtgroen van kleur is. Maar binnen een dag of drie verandert het langzaam in gitzwart door het contact met de buitenlucht tijdens het drogen.

De stof waarop de stempels gedrukt worden moet minimaal 80% van katoen zijn. Elke andere stof neemt de verf niet op en het druipt er dan gewoon in straaltjes vanaf.
Traditioneel wordt witte of ecru-kleurige katoen gebruikt maar tegenwoordig zie je ook wel geel, groen, blauw en rood als ondergrond. Onder de stof ligt een laag vilt zodat de verf optimaal door het katoen opgenomen kan worden. Mustafa laat ons zien hoe hij het motief op de doek aanbrengt.
De mal wordt in de verf gedoopt, met een kwast over de stempel verdeeld, vervolgens op het doek geplaatst en met een vuist hamert hij op de stempel van rechts naar links en weer terug. Voorzichtig verwijdert hij de stempel en zie daar, de gewenste afbeelding verschijnt.

Natuurlijk mag ik het ook een keer proberen en na een paar minuten hangt mijn taş baskı-doekje aan een waslijntje te drogen. Twee bloemtakjes, een pauw en een hert staan er nu nog groen op maar begin volgende week zijn ze gitzwart, bezweert Mustafa mij.

Van oudsher worden lappen bedrukt die dienst doen als tafellakens en afdekdoeken. Maar ook de stofbedrukkers gaan met hun tijd mee en op de planken van Mustafa liggen naast tafellakens ook tassen, bidkleedjes, schorten en doeken voor aan de muur..
Al met al weer een leuke en interessante ontmoeting en na het vanzelfsprekende kopje thee vertrekken we, met in m’n tasje een eigenhandig bedrukt lapje door middel van de taş baskı-techniek.

Vrijdag de dertiende, wat een geluk!

Om zes over vijf in de ochtend zingt de muezzin ons wakker met zijn azan. Niet bepaald een verjaardagsliedje maar de oproep voor het eerste ochtendgebed, na zonsopgang.
Zijn overtuigende boodschap dat Allah toch echt de grootste is, schalt uit de minaret die zich op steenworp afstand van ons geopende slaapkamerraam bevindt.

Ik ervaar dit als het eerste cadeautje van vandaag, vrijdag 13 september. Mijn verjaardag.
Verstaan doen we niets van de Arabische, langgerekte woorden en zinnen maar het geeft je bij het ontwaken wel altijd het gevoel dat je in een geheel andere wereld bent. En dat is prettig.
Kennelijk is de oproep tot gebed het teken voor de warme bakkers in het straatje verderop om aan de slag te gaan want enkele minuten nadat de muezzin is uitgezongen, kringelt de geur van brandend hout onze kamer binnen.
We zijn inmiddels beland in Merzifon, een klein stadje waar we nooit eerder van horen. Maar het ligt op onze weg naar Kastamonu en het heeft een klein en overzichtelijk centrum. Precies goed voor een middag en een avond.
Dé blikvanger in dit plaatsje is de Taş Han, een mooi gerestaureerde 17de eeuwse herberg die sinds 2011 weer dienst doet als overnachtingsgelegenheid, de functie waar hij ooit voor gebouwd is.

Als verrassing boekt Holger hier een kamer en het is alsof we bij binnenkomst onmiddellijk een kleine 400 jaar terug gaan in de tijd.
Donker, koel, overal kleine, betraliede ramen in de dikke muren en een van ongelijkmatige stenen gebouwde brede trap, met eigenlijk iets te hoge treden, die ons naar onze kamer voert.

Deze is zeker zes meter hoog en de witgepleisterde muren zijn voorzien van romantisch aandoende nissen. De inrichting is wat sober maar dit benadrukt tegelijkertijd juist de functionaliteit die het in vroegere tijden heeft.
Het is een prachtig complex en een bijzondere plek om ’s morgens jarig te ontwaken.
De han is rechthoekig van vorm en de muren zijn opgetrokken uit onregelmatig gehouwen stenen en bakstenen.

De herberg is twee verdiepingen hoog en aan de buitenkant, de straatkant dus, zijn winkels, die in kleine secties van elkaar gescheiden zijn en puntige bogen boven de ingangen hebben.

Aan de binnenkant van het gebouw vormen de muren een grote open binnenplaats waar je op een ontspannen manier buitengesloten wordt van het leven buiten de poort. De lastdieren waarmee de reizigers in een ver verleden mee arriveren, slapen in de stallen op de begane grond. Onze auto echter blijft buiten op de parkeerplaats, en dat is wel zo prettig. Ezels en paarden die wandelend over de binnenplaats naar de stallen worden geleid heeft zeker iets romantisch, maar om dat vandaag de dag nou met auto’s te doen, dat lijkt mij een minder goed plan.

In de muren aangelegde bronnen en in nissen opgemetselde banken met Osmaanse kussens geven het plein een weelderig en rijk aanzien. Helaas laat de verzorging van het groen wel wat te wensen over, waardoor het wat aan kracht inboet.

Heel aandoenlijk zijn de twee, hoog tegen de muur gemetselde vogelhuisjes die na eeuwen nog altijd bevolkt worden door tortelduiven.

Al met al is het een prima plek om met mijn verjaardag te starten.
Holger verrast mij met wat cadeautjes, helemaal in stijl met deze duizend-en-één-nacht-omgeving.

Na een ontbijt, buiten in het zonnetje, vertrekken we naar Kastamonu langs een bergachtige weg met veel groen, wat ik ook weer als een cadeau ervaar. Morgen gaan we op zoek naar de pareltjes in deze stad.
Maar voor vandaag heeft vrijdag de dertiende ons niets dan goeds gebracht en is er van ongeluk beslist geen sprake!