Laat de muren spreken.

Als we aan het begin van ons verblijf Istanbul Modern bezoeken, zien we ook de tentoonstelling ‘The Event of a Thread’, waar werk geëxposeerd wordt, gerelateerd aan textiel.

Twee in het Aubusson Atelier geweven wandtapijten vallen op, in positieve zin. Het lijkt alsof er losgescheurde repen papier uit het tapijt krullen en door de sterke schaduwwerking wekt het de suggestie drie- dimensionaal te zijn. De scheurranden zijn duidelijk waarneembaar en de felgekleurde krullen steken scherp af tegen de donkere achtergrond, waardoor ze er nóg duidelijker uitspringen.

Gisteren vindt Holger bij toeval een museum op internet dat claimt het eerste museum voor moderne kunst in Istanbul te zijn. Het is geopend in 2004, een jaar voor Istanbul Modern, dus de bewering de eerste op dit gebied te zijn kan heel goed kloppen. We bekijken de website en wat schetst mijn verbazing? Ik zie een schilderij langskomen wat duidelijk verwant is aan de wandkleden in die we een week eerder in Istanbul Modern zien.

Het werk blijkt van Burhan Doğançay, die mede naamgever is van het museum: Doğançay Müzesi.
Het bevindt zich in de buurt van het Taksim plein in een 150 jaar oud pand van 5 verdiepingen. Drie verdiepingen worden gebruikt als expositiezalen, waarvan de bovenste voor het werk van de vader van Burhan, Adil Doğançay. Deze schildert in impressionistische stijl zeezichten, landschappen en stillevens.
Het museum is het voormalige woonhuis van de familie Doğançay en negen jaar voor het overlijden van Burhan wordt het pand al in gebruik genomen als museum. Er is destijds een stichting opgericht die de kunstwerken van vader en zoon beheert en alles in het werk heeft gesteld om dit eerbetoon aan beide vooraanstaande Turkse kunstenaars van de grond te krijgen.
Hoewel Burhan de grondbeginselen van de schilderkunst van zijn vader meekrijgt, slaat hij artistiek gezien een totaal andere weg in.

Bijna vijftig jaar van zijn leven als kunstenaar is Burhan gefascineerd door muren in de stad. Hij bereist meer dan honderd landen en transformeert de ‘sprekende muren’ die hij in talloze steden tegen het lijf loopt om in schilderijen, grafisch werk, foto’s en sculpturen.

Momenteel zijn schilderijen van hem tentoongesteld. Eens per jaar , in maart, vindt er een wisseling plaats. Internet vertelt ons dat het museum om 10.00 uur opengaat en om kwart over tien staan we dan ook voor de deur.

Maar helaas, de deur zit op slot en als we door een raam naar binnen gluren, zien we dat alles donker is. We kloppen, bellen en willen net onverrichter zaken omkeren, wanneer er een behoorlijk gezette man in uniform aan komt snellen. Hij opent het slot, ontsteekt de lichten en schiet in de houding op zijn plek achter de desk. Ja, sorry. Hij was nog aan het theedrinken in de kiosk op de hoek van de straat….nog zo vroeg hè. Ik heb het vermoeden dat hij een flink aantal uren in die kiosk doorbrengt, want er is geen andere bezoeker te zien en het ziet er niet naar uit dat er regelmatig rijen gegadigden op de stoep staan.
De entree is gratis en wij beginnen boven op de derde etage waar dus het werk van de impressionist Adil Doğançay hangt.

Als we op de tweede verdieping arriveren, is het of we in de achterafstraatjes van Istanbul lopen waar we de afgelopen dagen weer de meest mooie en ook minder mooie street-art hebben gezien. Het is hier één groot openluchtmuseum en als je zulk mooi weer hebt zoals wij de afgelopen 10 dagen hebben gehad, is het helemaal een feest.

Er zijn meerdere redenen waarom de muren in de stad Burhan zo boeien.
Aangebrachte posters veranderen bijna dagelijks, wat visuele effecten veroorzaakt. Het weer heeft er bijvoorbeeld invloed op, zoals wind, regen en de brandende zon. Randen laten los, hoeken krullen om en kleuren vervagen. Maar ook de toevallige voorbijganger is een factor. Hij wordt misschien boos om de afbeelding of tekst en probeert ‘m van de muur te scheuren. Of er wordt graffiti overheen gespoten of een ander affiche overheen geplakt. Of het is gewoon verboden te plakken en komt een dienstdoende diender het verwijderen of wit kalken.
Burhans schilderijen met de ‘krullen papier’ zijn hier duidelijk op geïnspireerd.

Een andere reden voor Burhans interesse in de stadse muren is de schaduwwerking die het zonlicht veroorzaakt. Er hangt bijvoorbeeld een doek van stekkers aan een snoer die langs de muur naar beneden hangen. Ook dit is geen permanent gegeven. Kom je een uur later langs deze muur dan ziet het er weer heel anders uit.

Een derde reden is dat de muren in de stad de sociale, culturele en politieke context van het moment én van het verleden verschaffen. Ze informeren de bezoeker over wat er momenteel speelt in de betreffende stad, het land of in de wereld in het algemeen, maar ook wat er in het verleden gespeeld heeft. Zo is het duidelijk bijna 1 mei als wij vorige week in Istanbul arriveren. De Dag van de Arbeid is een belangrijke dag in Turkije en in links georiënteerde wijken hangt het dan ook vol met posters waarop politieke partijen mensen aanmoedigen naar georganiseerde manifestaties te komen.

Er hangen dan ook mooie schilderijen van Burhan vol met politiek getinte boodschappen.
Bijvoorbeeld één die duidelijk verwijst naar onder andere de situatie in Zuid-Afrika en naar extreem rechtse en extreem linkse ideeën.

“Muren zijn de spiegel van de samenleving. Ze zijn de ondergrond waarop alle emoties, nieuws en gebeurtenissen staan geschreven zodat iedereen het kan lezen.” aldus Burhan Doğançay.

Het is echt een lust voor het oog om het werk van Burhan Doğançay te bekijken. Zelf luisteren we ook altijd graag naar wat stadsmuren te vertellen hebben, dus wij ervaren dit net ontdekte museum als een mooi cadeau op onze laatste dag in Istanbul!

Schimmen uit het verleden.

Als ik in 1975 met Holger voor het eerst in Istanbul en Bursa ben, kun je niet om hen heen. Gesneden uit gedroogde kamelenhuid hangen zij op veel plekken aan muren en plafonds. Altijd samen. Karagöz en Hacıvat, de twee ongeveer veertig centimeter hoge poppen en hoofdpersonages uit het inmiddels 500 jaar oude traditionele schimmenspel, zijn razend populair in de Ottomaanse tijd.

De poppen zijn tweedimensionaal en hebben apart bevestigde ledematen die de poppenspeler met stokjes kan laten bewegen. De maker van de pop snijdt, gutst en schraapt de kamelenhuid net zo lang tot deze semi-transparant is en dan kleurt hij hem in met ecoline. Bij de optredens worden de figuren achter een wit doek heen en weer bewogen. Door het felle licht dat op het doek gericht is, schijnen de intens felle tinten prachtig door en dit resulteert in kleurrijke projecties.

Het centrale thema van de voorstellingen is de contrasterende interactie tussen de twee heren. Karagöz vertegenwoordigt de analfabeten, waaruit het eenvoudige publiek bestaat, terwijl Hacıvat tot de opgeleide klasse behoort. Hij spreekt het Ottomaanse Turks en gebruikt poëtische en literaire taal. Naast Karagöz en Hacıvat spelen er nog veel meer personages een rol in het spel. De Armeen, de Jood, de Griek, de Koerd, kortom alle etnische groepen die destijds in Istanbul en Bursa wonen, worden bij het schimmenspel betrokken. Doordat iedereen uit de samenleving een rol speelt in het spel, kan men zich altijd met een karakter identificeren en is het voor allen een genot om naar te kijken. Wie je ook bent en wat je afkomst ook is, je wordt op de hak genomen en iedereen komt een keer aan de beurt. Het zal duidelijk zijn dat er door het verschillend taalgebruik veel misverstanden ontstaan die dikwijls tot hilarische taferelen leiden. Het Ottomaanse Rijk beslaat op zijn hoogtepunt een enorm gebied en de schaduwpoppen zijn dan ook bekend van Oostenrijk tot India. In Turkije blijven ze echter actueel, ook na de val van het Ottomaanse rijk.

Tot de opkomst van radio en film is theater, en dus ook dit schimmenspel, een van de meest populaire vormen van vermaak, vooral tijdens de Ramadan. Tijdens deze vastenmaand zitten de koffie- en theehuizen bomvol want het vormt natuurlijk een welkome afleiding. Behalve in deze openbare gelegenheden worden er ook voorstellingen gegeven in particuliere huizen en aan het hof van de sultan, bijvoorbeeld tijdens besnijdenisfeesten.
Karagöz en Hacıvat zijn geïnspireerd op twee arbeiders die volgens de legende de bouw van de Ulu Camii in Bursa ernstig vertragen. Met hun komische en wat obscene grappen en dialogen houden zij hun collega’s van het werk, wat uiteindelijk leidt tot een strafproces tegen de twee bouwvakkers met de doodstraf als vonnis. Een tijdgenoot van hen, Şeyh Küşteri, laat hen echter voortleven door marionetten uit kameelhuid te maken en hier voorstellingen mee te geven.

Vandaag hebben wij een afspraak met een bekende duizendpoot in de wereld van het schimmenspel, Cengiz Özek. Naast het ontwerpen en maken van poppen, schrijft hij teksten, regisseert stukken, doceert, organiseert exposities en het jaarlijkse Internationale Kukla Festivalı en heeft hij zitting in de jury die periodiek bepaalt wie een theaterprijs toekomt.

We vinden zijn atelier in een historisch pand op steenworp afstand van het Taksim-plein. Het moment dat je het pand betreedt, laat je de hectiek van de stad achter je en stap je een andere wereld binnen. Als welkom biedt Cengiz ons Turkse koffie aan, waar we geen nee tegen zeggen.

Wij mogen met een gerust hart rondlopen, kijken en foto’s maken. Op de begane grond is de ontvangstruimte en het kantoor, in de kelder bevindt zich zijn werkruimte.

Grove stenen muren, stoelen uit een oud theater, een marmeren bankje en fonteintje waar goudvissen in zwemmen en allerlei poppen en maskers aan de wanden, door Cengis meegenomen van zijn vele tournees over de gehele wereld. Mooie kleuren, heel sfeervol.

Aan één wand hangen schaduwpoppen en taferelen, ooit gebruikt in Karagöz-spelen. De bovenste twee zijn door Cengiz zelf gemaakt, de overige door zijn leermeesters en leerlingen.

Cengiz wil in  het gebouw uiteindelijk een museum, cursusruimte en café gaan huisvesten. Alle vergunningen zijn al binnen maar hij is nog aan het nadenken over de juiste uitvoering en samenhang van deze doelen.
De koffie wordt geserveerd, we gaan zitten en Cengiz steekt van wal. Op een bevlogen manier vertelt hij ons hoe het allemaal begint. Hij is dertien jaar als zijn tekenleraar hem in contact brengt met Karagöz en het schaduwspel. Hij schrijft zich met een paar medeleerlingen in voor een extra twee-weekse cursus over Karagöz en Hacıvat en hij leert de poppen maken. Dat bevalt hem erg goed en in de loop van de tijd wordt hij de beste van allemaal.

Hij raakt zo gegrepen door dit alles dat hij er veel meer over wil weten en gaat zich er verder in verdiepen. Op zijn vijftiende is zijn kennis al dermate uitgebreid dat hij de historische poppencollectie van het Topkapi Museum mag tentoonstellen in een door hem opgezette expositie. Meerdere internationale exposities volgen, maar dan van zijn eigen collectie ontworpen en met de hand gemaakte poppen. Op een gegeven moment koopt het Leidse Museum voor Volkenkunde een flink aantal exemplaren van hem. Hij is daar nog altijd blij om want het verschaft hem op dat moment het nodige kapitaal om zijn professionele carrière op te kunnen starten.

Naast het maken van poppen begint hij ook voorstellingen te geven en dialogen te schrijven. Hij is er van overtuigd dat de teksten met de actuele sociaaleconomische ontwikkelingen en veranderingen mee moeten gaan om het contact met zijn publiek optimaal te houden. Hetzelfde geldt voor het uiterlijk van de poppen. Zodoende heeft hij een gemengd repertoire van zowel klassieke als aan de moderne tijd aangepaste stukken.
Cengiz voltooit de theateropleiding in Istanbul en doet daar veel ervaring op met acteren en regisseren. Hij stelt dat zijn voorstellingen naast de klassieke theaterkenmerken zoals klasseverschillen, haat en liefde, oorlog en vrede, vriendschap en ruzie ook actuele vraagstukken als milieuvervuiling, duurzaamheid, klimaatverandering, natuurbeheer en migratie in zich hebben.
Juist in de schaduwspellen van Karagöz kan hij informatie over deze zaken goed overbrengen en zo proberen een bewustmakingsproces in gang zetten.

Zo schrijft en speelt hij de voorstelling ‘Cöp Canavarı’ oftewel ‘Het Afvalmonster’.
“Heb je ooit afval in de zee gegooid? Zo ja, heb je dan enig idee wat hiermee gebeurt? Er zwemt namelijk een vis in zee die als job heeft om de zee schoon te maken door al het afval op te eten. Hij doet zijn werk erg serieus en hij heeft inmiddels zó veel vuilnis gegeten waardoor hij langzaam verandert in een monster. Oh, wat is dat? Karagöz gooit een plastic flesje in zee en het monster duikt op uit het water en staat oog in oog met Karagöz. Wat er dan gebeurt kom je te weten wanneer je de voorstelling bezoekt…….”

Cengiz heeft ook hij veel plezier gehad van EU-subsidies die destijds worden gegeven om de eigen cultuur van Turkse migranten in West-Europa te bevorderen. Jaren geleden is het doel het gevoel van heimwee te activeren, zodat deze migranten weer voorgoed terugkeren naar hun thuisland. Breed lachend vertelt hij dat dit doel niet bereikt is, maar dat hij er veel buitenlandse voorstellingen door heeft kunnen maken en er destijds naar Turkse begrippen een goed belegde boterham verdient.
Iets dat je hem meteen gunt. Hij is zo enthousiast en bevlogen!

In zijn voorstellingen is hij een echte meester van het tempo. Hij vertelt ons dat elke seconde van de voorstelling veel langer voelt bij zijn publiek en dat de toeschouwers zich langzaam één gaan voelen met de karakters uit het spel. Als dit moment is bereikt, is zijn voorstelling geslaagd. De passie en de kracht die Cengiz ons laat voelen tijdens het anderhalf uur durende gesprek geeft ons het vertrouwen dat hem dit keer op keer lukt. Hij gebruikt, ook in het buitenland, alleen de Turkse taal, maar de bewegingen van de poppen, de bijbehorende geluiden en de visuele grappen maken de boodschap keer op keer duidelijk. De taal van de humor en het spel zijn immers universeel.

“Als mensen lachen, begrijpen ze alles beter en worden ze één met de voorstelling en de boodschap”, zegt hij.
En dit is misschien wel de oplossing voor veel problemen waar de mens mee te maken heeft. Humor!

Vrijheid verbeeld.

In september 2015 bezoeken Holger en ik het Sabanci Müzesi vanwege de expositie ‘Zero. Countdown to the Future’.
In de museumwinkel liggen sieraden van Burcu Sülek. Deze laten een duidelijke verbinding zien met het bekende werk van Yves Klein getiteld ‘Pure Pigment’, dat onderdeel uitmaakt van deze tentoonstelling.

Yves Klein maakt in zijn leven ongeveer 200 monochrome schilderijen die zó blauw zijn dat je er bijna in kunt verdwijnen. Als kijker zie je geen blauw schilderij, geen verf op doek maar enkel kleur en diepte. Je ogen raken hun oriëntatie kwijt waardoor je als het ware in het schilderij wordt opgenomen. De spons is volgens Klein een metafoor voor deze beleving. Net als de spons, word je als toeschouwer verzadigd door de kleur en kom je in een bepaalde gevoelstoestand.

Burcu gebruikt voor haar sieraden spons als basismateriaal, onder andere in deze diep-ultramarijn blauwe kleur. Collierhangers, ringen en oorstekers suggereren uit rotsblokjes te zijn vervaardigd maar als je ze optilt zijn ze zo ligt als een veertje en daardoor zeer draagbaar.

Burcu blijkt een winkeltje te hebben op steenworp afstand van ons hotel waar wij momenteel verblijven. Het is van oudsher het pandje van haar vader die er jarenlang handelt in elektrisch materiaal én walnoten, afkomstig van zijn boomgaard in Antalya. Inmiddels is hij met pensioen en laat met veel plezier zijn dochter de ruimte gebruiken om haar werk tentoon te stellen en in dit geval aan de vrouw te brengen. Zij boft hier enorm mee want een ruimte huren in de wijk Karaköy is voor een kunstenaar onbetaalbaar. Overigens gaat de verkoop van walnoten nog gewoon door.

Burcu Sülek ontwerpt dus hedendaagse sieraden. Zij behaalt haar diploma Management Engineering aan de Istanbul Technical University en werkt meer dan 13 jaar als marketingmanager voor wereldwijde elektronicabedrijven.
Uiteindelijk benauwt deze baan haar en zij besluit te stoppen. Nu geniet Sülek van haar vrijheid om zich uit te drukken via haar eigen sieradenlijnen. Ze creëert wat zíj wil en dit maakt voor haar het gevoel van vrijheid nog completer.

De collectie waarin Sülek spons gebruikt is genaamd Emptiness. 
Het materiaal stelt haar in staat om vrijelijk kleur aan haar stukken toe te voegen en ze hoeft zich geen zorgen te maken over het gewicht van de soms grote exemplaren omdat de spons zo licht is. Ze laat zich bij het ontwerpen van deze serie inspireren door een uitspraak van Rumi.

“In deze wereld van bedrog is leegte wat jouw ziel wenst”.

Burcu vertelt ons dat de expositie ‘Zero’ in 2015 haar een enorme kans geeft. Doordat zij met spons en kleur werkt, wordt haar gevraagd een collectie te maken die bij deze expositie past. Dit wordt zo’n succes dat zij sindsdien voor elke nieuwe tentoonstelling die Sabanci Müzesi organiseert een bijpassende serie mag ontwerpen.

De laatste lijn die zij ontwerpt is ‘Feast’. Het blad van de magnolia en olijfboom dient hiervoor als uitgangspunt en Burcu transformeert deze bladeren tot collier, oorbellen of broche in papier maché.
Deze sieraden zijn bedoeld voor hen, die elke dag van hun leven in liefde en vrede vieren.

Ik kan het niet laten om een broche uit de Feast-collectie mee te nemen, samen met een ring uit de Blooming Happiness-collectie. Deze laatste is sterk geïnspireerd op de natuur en brengt de vreugde over die de lente aan ons leven schenkt.

Momenteel werkt Burcu aan een nieuwe serie. Hiervoor gebruikt zij details van motieven op de eeuwenoude Iznik-tegels, die veelal beschilderd zijn met patronen uit de flora. Haar werktafel ligt bezaaid met uit papieren laagjes opgebouwde voorbeelden en het ziet er allemaal veelbelovend uit.
We spreken af elkaar in september weer te ontmoeten en dan kunnen we vast en zeker deze nieuwe lijn bewonderen.

Een duidelijke handtekening in de sieraden van Burcu is de weerspiegeling van haar passie en vrijheid voor wat zij doet. Dit beluisteren we ook zeker in het gesprek dat we met haar hebben. Zij verbindt oud met nieuw, oosters met westers en staat hierdoor zeer maatschappelijk betrokken in de wereld. Een sterk mens, waar Turkije er niet genoeg van kan hebben!

Cem Karaca: Vader van de Anadolu Rock

Zanger Cem Karaca is een zwaargewicht van Anatolische rockmuziek, bekend om zijn krachtige stem en dramatische interpretatie van volksmuziek binnen het genre van psychedelische rock.

De jaren zestig is een excentrieke periode voor Turkse muziek vanwege de experimentele innovaties van jonge en energieke amateurmuzikanten. Deze beweging moet dan nog worden benoemd of beschreven, maar velen gebruiken de term Anatolische rock om te verwijzen naar de progressieve rock-gebaseerde interpretatie van bepaalde Turkse volksliederen. De term dekt echter niet alle nummers. In feite combineert de zogenaamde Anatolische rock een verscheidenheid aan muziekgenres, waaronder rock en roll, blues, psychedelische folk, instrumentale en progressieve rock, symfonische rock en andere.

Cem Karaca is misschien wel de bekendste zanger van de Anatolische rockmuziek, bekend om zijn zware, krachtige stem en dramatische interpretatie van volksmuziek binnen de stroom van psychedelische rock. Inderdaad, veel mensen hebben net zoals ik een favoriet lied van Cem Karaca, omdat hij zich vaak in verschillende muzikale genres en gemoedstoestanden waagt. 

Cem Karaca is uniek vanaf zijn geboorte. Geboren in 1945, is hij het enige kind van een Azeri-Turkse vader, Mehmet Karaca, en een moeder van Armeense afkomst, Irma Felegyan – ook bekend als Toto Karaca. Toto Karaca is een operazangeres en een theater- en filmactrice. De moeder van Cem is erg geïnteresseerd in muziek. Toto’s tante, Rosa Felegyan, kan goed pianospelen en de jonge Cem leert hoe hij muziek moet spelen en lezen. Zijn moeder Toto is echter de persoon die de briljante stem van Cem ontdekt.
Hoewel de familie van Cem een achtergrond en affiniteit met muziek heeft, leidt dit niet tot een significant effect op zijn opleiding. In plaats van een conservatorium te volgen, gaat hij naar het Engelstalige Robert College. Tijdens zijn middelbare schooltijd wordt hij gek op rockmuziek die zowel in Turkije als over de hele wereld in populariteit wint. Hij begint covers van beroemde rocknummers op te nemen om met meisjes te flirten, maar hij in die tijd is hij niet serieus bezig met het maken van muziek.

In 1962 treedt hij op in de Beyoğlu Sport Kulübü voor plezier en vreugde van zijn vrienden. Nadat hij ziet dat mensen van zijn optreden genieten, besluit hij om een rockband te creëren en richt hij met zijn beste vrienden zijn beste klassieke rock coverband The Dynamites op. İlham Gencer, die toentertijd een prominente muzikant is, geeft zijn persoonlijke steun aan de band. Na enige tijd sluit Cem zich aan bij een andere coverband genaamd The Jaguars, die liedjes van Elvis Presley uitvoert.

In dat jaar organiseert het dagblad Hürriyet een liedjeswedstrijd genaamd “Altın Mikrofon” (Gouden Microfoon) voor de jeugd die dol is op rockmuziek. De wedstrijd kent een opvallend reglement, waaronder de regel dat deelnemers geen Engelstalige popmuziek ten gehore mogen brengen maar uitsluitend liedjes in het Turks of traditionele deuntjes.

Deze voorwaarde van Altın Mikrofon is begrijpelijk want Turkije heeft altijd geprobeerd een synthese te creëren tussen de westerse cultuur en Turkse tradities en waarden. Zingen in het Turks is altijd een must geweest en de Turkse populaire cultuur is zelfs nu nog niet echt open voor vreemde talen. Verder hebben Turkse nummers altijd de voorkeur gekregen dankzij hun heldere en sterke melodische structuur. Terwijl Westerse muzikanten vaak de nadruk leggen op harmonie, is dus de melodie de belangrijkste focus van Turkse muziek.

Ondertussen leeft Cem Karaca met een dilemma. Zijn vader wil niet dat hij muzikant wordt. Hij probeert hem te beletten op te treden in muziekzalen en hij huurt zelfs enkele mannen in om Cem uit te fluiten gedurende zijn optreden in de hoop dat dit hem doet stoppen met zingen. Cem heeft echter al lang het besluit genomen. In 1967 begint hij zijn eigen liedjes te schrijven, op te nemen en op te treden met professionele groepen zoals Apaşlar (The Apaches), Moğollar (The Mongols), Dadaşlar (The Easterners), Erenler (The Sages), Kardaşlar (Brothers and Sisters) en Dervişan (The Dervishes).

Als Karaca en zijn vrienden horen over de Altın Mikrofon competitie melden zij zich aan, maar kwalificeren zich niet voor de finale. Na verloop van tijd verlaat Cem Karaca Istanbul om zijn militaire dienstplicht te vervullen. Tijdens het dienen in het leger in Antakya leert hij veel over de Turkse folklore.

De Altın Mikrofon-wedstrijd wordt na 1967 een belangrijk muziekevenement en er komen nog altijd bekende Anatolische rockers zoals Barış Manço, Edip Akbayram en Erkin Koray – enkele van de moderne muzikanten die toen maar ook nu nog erg geliefd zijn bij het Turkse publiek.

Dit laatste blijkt ook weer vandaag wanneer we in Karaköy een enorme mural zien met daarop de beeltenis van Barış Manço. Onsterfelijk!

Wat deze muzikanten doen is traditionele melodieën nemen en transformeren in psychedelische folk-rock. De band Moğollar bedenkt de term “Anadolu Pop” voor deze nieuwe mix van Turkse en westerse termen. De teksten zijn Turkstaligen de deuntjes zijn een voortvloeisel  uit de Turkse folklore. Alleen de polyfone harmonie en de instrumentale effecten komen uit het westen.

De ook toen al politieke onrust in Turkije leidt ertoe dat Karaca eind jaren zeventig naar West-Duitsland verhuist. De Turkse militaire regering beveelt hem om terug te keren om aanklachten in verband met zijn politiek te behandelen en ontneemt hem zijn burgerschap wanneer hij dit bevel weigert op te volgen. Karaca keert in 1987 terug naar Turkije en zijn burgerschap wordt uiteindelijk hersteld door de burgerregering. Zijn latere muziek raakt minder controversiële thema’s.

Luister hier naar “Parka” van Cem Karaca

In 1966, als ik in Turkije woon, treedt Cem Karaca op in de dorpse open-lucht- bioscoop van Yeşilköy. Samen met mijn Turkse vriendje ben ik toen stiekem naar binnen gekropen om naar de muziek te luisteren. Dat heeft voor mij geleid tot een grote bewondering voor deze zanger, en later, toen ik de teksten beter begreep, tot een definitieve verslaving. Inmiddels heb ik bijna al zijn opnamen verzameld en ik ben nog steeds onder de indruk van zijn kracht en politiek-maatschappelijke houding.
Opkomen voor de zwakkeren, stelling nemen tegen het onrecht. Vooral zijn repertoire van de jaren zestig en zeventig worden daardoor sterk gekenmerkt.

In februari 2004 overlijdt Cem Karaca. In Kadıkoy wordt enige tijd later voor hem een cortenstalen standbeeld opgericht in de wijk Moda, waar hij jaren heeft gewoond. Het beeld treft hem erg goed door de kenmerkende snor, hoed en bril. We brengen vandaag een bezoek aan het standbeeld en dit is een mooi moment om de herinneringen aan zijn muziek nog eens keer op te halen in de vorm van dit blog.

Geen brug te ver.

Het enige Boekenweekgeschenk dat ooit in twee talen is verschenen is “De brug” van Geert Mak in 2007.
“Köprü” is de Turkse titel. Het speelt zich namelijk af in Istanbul op en rond de Galatabrug. Mak portretteert in dit boekje een aantal mensen van wie het leven nauw verbonden is met de brug. Zo vertellen de zolenman, de parfumventer, de boekhandelaar, de sigarettenjongen, de ober, de zakkenroller, de oude sjouwer en een oud echtpaar hun levensverhaal en daarmee eigenlijk het verhaal van de brug. Mak verbindt dit weer met de geschiedenis van Istanbul.
Ben je ooit van plan deze sprookjesstad te bezoeken, neem dit boekje mee en lees het met zicht op de Galata Köprüsü.

De Gouden Hoorn, in het Turks Halic, is een zijarm ven de Bosporus en daarmee de natuurlijke binnenhaven. Het verdeelt het Europese deel van Istanbul in het noordoostelijk deel Galata en het zuidwestelijk deel Eminönü.
Op de heuvel in Galata ligt de sjieke buurt Pera waar de kerken en ambassades van oudsher zijn gevestigd. Hier wonen tijdens de Ottomaanse tijd de zeer welgestelde en op Europa gerichte Armenen, Joden en Grieken. Zij volgen de nieuwste mode uit Parijs. en zien er dus zeer westers uit.
Aan de andere kant wonen de moslims met hun gesluierde vrouwen. Zij doen hun boodschappen in de oosterse bazaar en vervloeken het mondaine deel aan de overzijde van het water. Zij noemen Pera dan ook “de wijk van de varkenseters”.

Al in 1502 ontwerpt Leonardo da Vinci in opdracht van sultan Beyazid II een brug om beide zijden van de Gouden Hoorn met elkaar te verbinden. In dit ontwerp krijgt de brug een lengte van 250 meter en is daarmee de langste ter wereld. De brug moet van steen worden gebouwd en het wegdek rust niet op pijlers maar op drie bijzonder langgerekte bogen die de Gouden Hoorn in één keer overspannen. Dit is volgens Da Vinci mogelijk doordat de uiteinden van de bogen veertien meter breed zijn en daarmee buitengewoon zwaar. Het middenstuk van de bogen is daarentegen slecht 65 centimeter dik. Het contrast tussen de dikke en dunne delen geeft de brug een zeer elegant voorkomen. De Mona Lisa onder de bruggen zeg maar.
Voor de sultan en zijn raadgevers is dit ontwerp echter een brug te ver en het feest gaat niet door. Bijna vijfhonderd jaar later wordt dit ontwerp trouwens alsnog uitgevoerd. In 2001 opent de Noorse minister van Wegen en Transport deze brug in het plaatsje As.
Overigens wordt later Michelangelo nog eens benaderd voor het maken van een brugplan maar deze bedankt vriendelijk voor de eer.

De eerste houten brug wordt uiteindelijk gebouwd in 1845 in opdracht van de moeder van sultan Abdülmecit. In 1863 wordt hij echter vervangen door een nieuw  exemplaar en in 1870 nogmaals. In 1912 wordt er voor de vierde maal een brug geconstrueerd en deze kan ik mij nog goed herinneren. Drijvende delen vormen deze pontonbrug en als je er overheen loopt voelt het alsof je op een veerpont zit. Echter, in 1992 verwoest een brand de brug en in 1994 wordt de huidige geopend. Inmiddels is dit dus de vijfde op Galatabrug op deze plek. Een blauw-grijze metalen deze keer met mooie selcuk-motieven in het hekwerk.

De Galatabrug is een plek waar 24 uur geleefd wordt. Zo wie zo is er altijd veel verkeer. Er liggen tweemaal drie rijbanen, een tramlijn en aan beide kanten bevindt zich een breed trottoir. Totaal 80 meter breed en 466 meter lang.
Maar naast al dat verkeer en en de vele voetgangers is er veel meer te zien. Het krioelt er altijd van de vissers, verkopers van simit, mosselen en maiskolven, handelaren in zakdoekjes, sokken en parfum en schoenpoetsers.

Maar ook onder de brug is nog een wereld. Hier bevinden zich tal van visrestaurants en bars en je kunt er op vlonders aan het water zitten. Maar eigenlijk komen wij daar nooit. Het is erg toeristisch en er wordt van alle kanten aan je getrokken en tegen je geroepen. Niet fijn dus.

Zowel aan de noord- als aan de zuidkant zijn de vertrekpunten van de vapurlar, de veerponten, en ook dit geeft een enorme levendigheid rondom de Galatabrug. Om de paar minuten vaart een pont weg, richting Azië of verder Europa in. Met mooi weer zitten de passagiers op het buitendek boven op de boot of langs de zijkanten waar houten bankjes zijn. Meeuwen vliegen af en aan en krijgen vaak een simitstukje toegeworpen. De scheepstoeters huilen over het water wat altijd een melancholisch sfeertje oproept. Hoe lang deze veerponten nog zo vaak afvaren is de vraag, nu de Marmaray-treinlijn onlangs geopend is, wat het bereiken van je bestemming elders in deze miljoenenstad veel sneller maakt. Maar dit is juist was de pont tot zo’n weldadige ervaring maakt. Het langzame en de geluiden die bij water horen waardoor je even helemaal los bent van de hectiek van de stad. Maar ja…..efficiëntie wint het toch bijna altijd van de romantiek.

Sommige vissers hangen al vroeg in de ochtend over de brugleuning en zij richten het trottoir intussen gewoon in als eetkamer. Samovars met thee staan op het trottoir en er wordt uitgebreid ontbeten op de stoep want werken in de buitenlucht maakt hongerig.

Ook staan er her en der lege olieblikken met steenkooltjes en krukjes om op te zitten, zodat wanneer je in de loop van de dag als visser honger krijgt je een vers gevangen visje kunt grillen en oppeuzelen.

Want visvangst is er nog altijd. Weliswaar lang niet meer zo veel als vroeger maar kennelijk genoeg om een hele dag voor te hengelen.

Aas, haakjes, dobbers en lijn kun je altijd kopen op de brug voor het geval dat. Aan de leuning bevestigt de koopman zijn ‘winkeltje’ terwijl hij ook visser is. Een dubbele dagtaak dus.

Het lopen over de brug is altijd een feest. Zoveel te zien en te horen. Aan weerszijden van de Gouden Hoorn is het uitzicht de moeite waard dus je wandelt altijd richting iets moois. Aan de ene kant de minaretten en koepels van de Aya Sofia, Sultan Ahmet Camii, Sülemaniye Camii en de Yeni Camii. Aan de andere kant is de Galatatoren hét hoogtepunt.

Sinds zondag hebben wij uitzicht op de brug als we ontbijten op het dakterras van ons hotel. Het is dan nog vroeg en op wat vissers en taxi’s na is de brug nog nagenoeg leeg en is zich aan het opladen voor de drukte die zeker komen gaat.
Een mooiere start van de dag is eigenlijk niet denkbaar.
Wat een cadeau!

De murals van Kadıköy.

Artez uit Servië, Arlin uit Brazilië, Lonac uit Kroatië, Ömer uit Turkije.
Het zijn zo maar wat namen van street art-kunstenaars die de anders zo saaie grauwgrijze muren in de deelgemeente Kadıköy met geometrische vormen, realistische tekeningen en fantasievolle, soms sprookjesachtige taferelen enorm opvrolijken.
Wij zijn hier in Kadıköy omgeven door deze imposante muren welke op een bijzondere wijze een verbinding aangaan met de directe omgeving die zonder deze kunstvorm niet op zou vallen.

Sinds 2012 organiseert Kadıköy jaarlijks het Mural Istanbul Festival en nodigt hiervoor internationale kunstenaars uit om muurschilderingen te ontwerpen en aan te brengen op de zeker 20 meter hoge muren.
De muren komen vrij doordat er panden gesloopt worden om zo plaats te maken voor nieuwbouw. De hierbij vrijgekomen grond wordt onmiddellijk geëgaliseerd en ingezet als terrein voor betaald parkeren.
De muren van de buren van het gesloopte pand worden aangestreken en tijdens het jaarlijks festival dus gebruikt als mural-ondergrond.

Ook in de zomer van 2018 organiseert Kadıköy gedurende 3 weken weer zo’n happening en ook dit jaar zal dit ongetwijfeld het geval zijn.
Zolang er niet gebouwd wordt, blijven de muurschilderingen behouden en ze blijven in wonderlijk goede conditie. Ook van de eerste serie uit 2012 zijn er nog altijd werken te zien.

Om de hoek van het hotel waar wij verblijven bevindt zich het werk van Lonac. Het is zijn eerste opdracht van zo’n groot formaat en het is vorig jaar gemaakt. Een vrouw zit ontspannen in een stoel met haar tas op schoot. De heldere kleuren geel, paars en blauw steken goed af tegen de lichte muur, waardoor het een heel duidelijk en rustig beeld is.

Ook van 2018 is het werk van Artez. Een hipster-achtige jongeman zit relaxed te lezen in een rotan stoeltje. De haak van de telefoon ligt ernaast, dus hij wil kennelijk niet gestoord worden. De kelim en de kamerplant op de grond geven het geheel een huiselijk sfeertje. Op de persoon na roept het een beeld op uit de jaren ’70 van de vorige eeuw toen er nog helemaal geen hipsters waren.

Eén van de weinig zwart-witte muurschilderingen is Ark Istanbul uit 2014van de Duitser Dome.
Skinny types met dierenkoppen op het hoofd geven een wat luguber sfeertje. Er zijn heel veel details te zien in de ark. Teddyberen, muziekinstrumenten, helmen, een kinderwagen, een supermarktkarretje, om maar wat te noemen. Een surrealistisch geheel dat uitkijkt over een piepkleine parkeerplaats.

De mural van de uit Frankrijk afkomstige Amose is genaamd Family. Deze artiest laat zich inspireren door tribal art en dit kun je aan de figuren in dit werk goed zien.
Het kleurige combineert mooi met de scherpe lijnen waarmee mensen met maskerachtige gezichten zijn weergegeven.

Pixelpancho komt uit Italië en doet in 2016 mee aan het Kadıköy Mural Festival. Het is bijzonder om te zien hoe hij het menselijke samen laat smelten met het mechanische. Dit werk heet Bambino en het is bedoeld als kritiek op kindsoldaten en terrorisme.

De Spanjaard Aryz komt in 2015 naar Istanbul om zijn mural te maken. Het lijkt een knooppunt van pijpen en buizen in de buik van een machine. Zijn kleurpalet is onderscheidend vind ik. Een beetje jaren ’60-stijl.

Een mural die we al enkele malen hebben gezien en steeds weer grote indruk op ons maakt is die van Highero, een kunstenaar uit Kadıköy. Het is een enorm portret van de Pakistaanse activiste en Nobel-prijswinnaar Malala Yousafzai, uit 2016. Malala zet zich al een aantal jaren voor onderwijs aan meisjes en vrouwen en ondanks dat zij een aanslag ternauwernood overleeft, geeft zij deze strijd niet op.
De quote die je in het Turks kunt lezen in haar hidjab luidt:
“Een kind, een leerkracht, een boek en een pen kunnen de wereld veranderen”.

In 2013 is de Chileen Inti verantwoordelijk voor de vrouw met de appel in haar hand en het vogeltje op haar schouder. Maar als je goed kijkt, zijn er veel symbolen te ontdekken uit geloof en bijgeloof. Het zou wat mij betreft  zo maar de islamitische Eva kunnen zijn.

De parkeerplaats tegenover ons hotel wordt bewaakt door een jongen met twee hazewindhonden, van de Spaanse kunstenaar Treze. Hij deed mee met het festival in 2017.
Bijna twee jaar terug parkeren wij onze auto hier en hoewel er rondom het terrein inmiddels flink gebouwd wordt, lijkt deze mural voorlopig nog geen gevaar te lopen.

Uit 2017 van de Australiër Fintan Magee
Uit 2017 van Alex Makesiov uit Oekraïne
Uit 2017 van Mr. Hure uit Turkije

Al met al kun je wel stellen dat de deelgemeente Kadıköy met haar verrassingen in bijna elk straatje een waar openluchtmuseum is. Het is grappig, want je moet net op de juiste manier en vanuit de juiste hoek een straat inkomen om een eventueel aanwezige mural te ontdekken.
Het gebeurt mij ook vandaag weer dat ik in een straat loop, tussen twee panden door kijk en bij toeval zo’n verborgen kunstschat ontdek.

Uit 2018 van de Turk Emir (Max on Duty)


Telkens als we een foto van zo’n enorme muur maken, kijken de aanwezige mannen op het parkeerterrein met ons mee naar boven en dan lijkt het wel of zij nu pas zien wat een moois hun stad te bieden heeft.
Muurschilderingen, de één vindt het een vloek in de openbare ruimte, de ander vindt het een lust voor het oog.
Wij horen bij de ander!
 

De Hereniging.

Eigenlijk wordt zij in 2011 een soort van herontdekt, tijdens de 12de Istanbul Biënnale. Yildiz Moran (1935-1995), de eerste vrouw in Turkije die een opleiding fotografie volgt en in Engeland verder studeert voor het vak van fotograaf.
De fotografie brengt haar in de jaren ’50 van de vorige eeuw naar landen zoals Frankrijk, Oostenrijk, Italië en Spanje, maar de meeste van haar foto’s maakt zij toch tijdens de vele haar rondreizen door haar land Turkije.
Onbekende en vaak moeilijk begaanbare plekken schuwt zij allerminst, integendeel zelfs.

Dit blijkt wel op de expositie “Bir Dağ Masalı” die wij vandaag zien in Istanbul Modern. Een tentoonstelling in de foto-galerie op de vierde etage van het vorig jaar verhuisde museum is geheel aan Yildiz Moran en haar werk gewijd. Istanbul Modern heeft opnieuw een tijdelijk onderkomen gevonden in Pera deze keer, totdat het nieuwe pand aan de Bosporus gebouwd is . Als er geld voor is tenminste…..

??????????

De zwart-witbeelden die we zien zijn van een opmerkelijk goede kwaliteit.
De verstilde beelden hebben vaak een sterke schaduwwerking en tonen een scherp oog voor het bewuste onderwerp. Door de afwezigheid van kleur en haar themakeuze de associatie met het werk van Ara Güler voor de hand. Toch zet zij een geheel eigen handtekening op haar foto’s. Haar beelden zijn rustiger en de achtergrond scherper en het moment waarop zij haar foto’s neemt, lijkt meer geduld aan vooraf te zijn gegaan dan bij Güler.
Maar net als bij Güler kiest Moran portretten en scènes uit het dagelijks leven als thema. Deze laatste zijn vaak eenvoudig van compositie, maar juist daardoor erg indringend.

Een klein kind loopt over het erf,

een vlechter drinkt koffie voor een stapel manden,

een jongen loopt met zijn herdershond in de bergen,

een ezel stapt over de stoffige weg door een dorp,

en een vader staart met zijn zoon in de verte.

Onderwerpen zijn dus duidelijk de gewone mens, dieren die rondom het huis leven, landschap en natuur en het leven in de stad Istanbul.

Veel foto’s zijn heel herkenbaar voor ons omdat Yildiz plekken bezoekt, waar wij in de afgelopen 45 jaar ook, soms meerdere malen, zijn geweest.
Vooral in de jaren ’70 zijn steden en dorpen in het diepe Anatolië nog niet veel anders dat in de jaren ’50 als Moran daar rondtrekt. Nauwelijks infrastructuur, huisjes die bepaald niet geschikt zijn voor de barre winters in dat gebied, kinderen die niet of nauwelijks naar school gaan en leven wat dikwijls weinig meer is dan overleven. Inmiddels is er veel veranderd, veelal ten goede.

Er is helaas niet veel informatie over deze kunstenaar te vinden. Na twaalf jaar de meest mooie beelden te hebben vastgelegd, trouwt zij op haar dertigste met de dichter Özdemir Asaf (1923-1981) en hangt vervolgens haar camera aan de wilgen om zich dan volledig aan haar gezin te wijden. Haar foto’s vertellen haar verhaal en visie op het leven en wij nemen deze mee naar huis in de vorm van een prachtig en compleet boek over haar werk.

Later op de dag ontmoeten we bij toeval een chocolade-dame die geen suiker in haar producten stopt maar gedichten. Dit wekt natuurlijk onze nieuwsgierigheid. Zij gebruikt dichtregels uit het werk van de beroemde poëten Orhan Veli en  Nazim Hikmet maar zij toont ons ook een gedichtenbundel van Özdemir Asaf.
Hoe toevallig is dit! Hij is immers de echtgenoot van de fotograaf waar we vandaag een  expositie van hebben bezocht en waar we ook enkele portretfoto’s van hem zien.

Natuurlijk kopen we zo’n heerlijke, gezonde reep chocolade met zeezout en een gedicht van hem. erop gestrikt

“Eenzaamheid is niet te delen.
Eenzaamheid, een moment in mijn leven.
Van buiten niet te begrijpen, een vreselijke leugen over iets dat we achterna jagen
In één gedachte scheidt het mij van jou.
Eenzaamheid, niet te delen want op het moment dat je het deelt, is het voorbij.”

En zo komen deze fotograaf en dichter via Istanbul Modern, een chocolatière  en ons vandaag weer voor één dag bij elkaar, wat ik een mooie gedachte vind.

Cool Cat

Op 1 augustus 2016 overlijdt hij, na een maand van kommer en kwel. Tombili, de zeer geliefde kat uit Kadıköy, een wijk in Istanbul waar wij regelmatig verblijven.
Het extreem chille dier wordt wereldberoemd dankzij een foto die destijds viral gaat. Hierop poseert hij op een bankje, heel cool en relaxed.

Vanaf dit moment wordt Tombili, wat dikkerd betekent, liefkozend benoemd tot mascotte van Kadıköy.
Maar ondanks de negen levens die een kat meekrijgt overlijdt hij dus, tot ieders verdriet. Een overlijdensbericht wordt aan bomen, muren en lantaarnpalen bevestigd en velen treuren om zijn heengaan.

Na enige tijd ontstaat het idee om in Kadıköy ter nagedachtenis een standbeeld te plaatsen. Kattenliefhebbers starten een petitie welke duizenden handtekeningen oplevert. De petitie wordt aangeboden aan de deelgemeente en de raad omarmt het geweldige plan en geeft de beeldhouwer Seval Şahin opdracht een beeld te maken dat de “alles-onder-controle-houding” van Tombili weergeeft.
Seval gaat voortvarend aan de slag en op 4 oktober 2016 wordt het beeld onthuld aan de Güleç Çıkmazı.

Vandaag gaan we datgene doen wat we al een paar jaar op onze agenda hebben staan. Op bezoek bij Tombili. Holger neemt enkele maanden terug al contact op met de maakster Seval Şahin en zij geeft aan dat we van harte welkom zijn in haar atelier.
De plek waar het beeldje staat, zoeken we op en na een wandeling van een uurtje zouden we het toch moeten zien. Maar helaas. Er is wel een grote ommuurde bouwput maar van Tombili geen enkel spoor en er is niemand die ons kan vertellen waar het dier gebleven is.
Dus door naar Seval. Met de Marmaray, de treinlijn die van Gebze naar Halkalı gaat en onder de Bosporus door spoort, vier haltes verder naar een concentratie van kleine ateliers en een boek-coffee-shop. Maar ook dit blijkt niet wat we verwachten. De ateliers zijn er wel maar op één na allemaal gesloten, óók die van Seval Şahin. De enige die-hard die er nog werkzaam is vertelt dat de huurprijzen onlangs zo enorm gestegen zijn waardoor iedereen vertrokken is. Gelukkig weet hij ons wel uit te leggen waar Seval nu haar werkruimte heeft. Na wat vragen en zoeken weten we haar uiteindelijk te vinden en we worden met open armen ontvangen.
Eerst Turkse koffie op haar balkon, waar ze vertelt dat Tombili tijdelijk ondergebracht is in het depot van de gemeente. Wanneer de bouwactiviteiten klaar zijn, wordt het bronzen beeldje weer teruggeplaatst. Ook vertelt zij dat het Tombili-project geleid heeft tot een bewustwording bij de deelgemeente en haar bewoners, waardoor er meer zorg en aandacht voor de dieren op straat is gekomen.
Een andere prettige bijkomstigheid voor haarzelf is dat zij sinds de onthulling van haar standbeeldje veel vraag krijgt van particulieren om hun overleden huisdier in klei te vereeuwigen. Het leven van een kunstenaar in Turkije valt niet mee, dus deze opdrachten zijn voor haar zeer welkom!

Gelukkig heeft Seval het prototype van het Tombili-beeld in haar atelier staan. Weliswaar niet in brons gegoten maar op ware grootte geboetseerd uit klei.

Hij wordt van de kast getild en voor ons op tafel tentoongesteld. Seval vertelt er met liefde over en wij kunnen hem van alle kanten bezichtigen. En dat doen we dan ook.

We zien meer werk van haar en van haar studenten die al duidelijk bij de gevorderden horen. Zij houdt overduidelijk van haar werk en vertelt er met veel liefde over.

Haar enthousiasme en hartelijkheid maken dit bezoek voor ons heel dierbaar en het is een prima start van ons verblijf en ons blog!